Handelen en spreken als effectuering van nataliteit

‘Alle smarten zijn te dragen wanneer men ze verwerkt in een verhaal of er een verhaal van maakt’. (Isak Dinesen)

Leestijd ruim 17 minuten

In deze tijd van verschraling van onze innerlijke en omliggende wereld is de ingang van ons ‘doen’ bij een zoektocht naar wat er aan de hand is belangrijk. Want overal hebben wij mensen een hand in. Gekenmerkt door wat filosofe Hannah Arendt in het hier samengevatte en besproken boek ‘De menselijke conditie’ (‘The Human Condition’, 1958) benoemt als de ‘vita activa’ toont de mens in handelen en spreken zijn of haar leven steeds aan anderen. Vanuit deze vita activa wordt de menselijke rol op de planeet door Arendt systematisch uitgewerkt. Daarbij heeft de schrijver van deze samenvatting met beperkte conclusies de haptonomie in het achterhoofd gehouden. Behalve het fenomeen van de nataliteit passeren in deze samenvatting de deelbaarheid van onze lichamelijkheid en een vermeend gelijkwaardig onderscheid tussen het private en het publieke domein. Bovendien wordt een verschil aangeduid tussen ons handelen en het maken en, last but not least en wellicht daarop aansluitend, het vermeende egocentrische heldendom waarmee wij ons steeds rijk rekenen.

Door Leander Tijdhof

Leven voor rust

Alle menselijke activiteiten kunnen worden aangeduid met de term ‘vita activa’. Dit begrip kan bestaan bij de gratie van de ‘vita contemplativa’ waarin een beperkte waarde wordt toegekend aan ons actieve leven. De menselijke activiteiten, de vita activa, voorzien in een behoefte van een levend lichaam ten behoeve van de rust. De vita activa is dan ook een begrip dat beantwoordt aan de Griekse term ‘ascholia’ dat ‘on-rust’ betekent.

Het is pas vanaf de moderne tijd dat de vita activa de betekenis niet meer hoeft te ontlenen aan de vita contemplativa. Vita activa kon in de moderne tijd uitgroeien tot een actief handelen in de volste zin van dat begrip. Omdat vita activa een vorm is van ervaringsgericht actief zijn dan zou in onze tijd kunnen blijken dat het denken al onze overige activiteiten overtreft.

De dingen om ons heen en de menselijke conditie waarvan de activiteiten een onderdeel zijn vullen elkaar aan. Zonder dingen, objecten, zou ons bestaan op deze planeet niet mogelijk zijn. Ze doen allen mee in ons geconditioneerde bestaan hier. Alle dingen zijn immers geen chaotische verzameling van voorwerpen in een niet-wereld, zoals Arendt omschrijft.

De vita activa

Omdat elke activiteit in de vita activa verwijst naar één van de voorwaarden voor het leven van de mens op deze planeet is elke activiteit daarin voor ons te bestempelen als fundamenteel. We onderscheiden in de vita activa arbeiden, werken en handelen.

Met ‘arbeiden’ als een eerste activiteit wordt gedoeld op de biologie van het menselijk lichaam, zoals daar zijn groei en stofwisseling. De menselijke conditie van het arbeiden is dus het leven zelf.

Met ‘werken’ duidt Arendt een tweede activiteit aan. Het is een activiteit die ons wijst op het niet-natuurlijke aspect van het menselijk bestaan. Werken schept de kunstmatige dingen die zich onderscheiden van onze natuurlijke omgeving. De menselijke conditie van het werken is het zijn in de wereld.

Een activiteit die zich tussen mensen voltrekt is het ‘handelen’. Omdat deze planeet wordt bewoond door mensen is de menselijke conditie van het handelen de pluraliteit. De mens bestaat immers als bewoner van de planeet niet. Het zijn wij, de mensen, die op de aarde leven. Uit de gebruikte term pluraliteit volgt dat niemand van ons gelijk is aan iemand anders die leeft, heeft geleefd of leven zal.

De homo faber

Iets maken is het werk van de ‘homo faber’. Als schepper van het menselijke kunstproduct is de homo faber een aanrander van onze natuur. Alles wat wordt gemaakt draagt een element in zich van schennis en geweld. Kenmerkend voor onze rol in de wereld als homo faber is dan ook het heer- en meesterschap over deze planeet. Het kenmerk van werken is ‘maken’ – dat wil zeggen het werken volgens een plan. Daarbij is sprake van een duidelijk bepaald begin en een duidelijk bepaald vooraf vaststaand einde aan iets.

Waar homo faber werkt is ‘animal laborans’ onderworpen aan de natuur. Kenmerkend voor onze rol in de wereld als animal laborans is dat wij met het eigen lichaam voorzien in levensbehoeften (net als trouwens gedomesticeerde dieren). Het met animal laborans corresponderende arbeiden is een gebonden zijn aan een kringloop van het levensproces dat geen begin en einde kent.

Terwijl homo faber heer en meester is in zijn werken is animal laborans afhankelijk van processen van leven. Voor de mens geldt dat handelen een precies te bepalen beginpunt kan hebben. Maar het einde van het handelen valt nimmer te voorspellen. Alleen homo faber kan met het beeld van een toekomstig product voor ogen in vrijheid besluiten iets wel of niet te maken danwel te vernietigen.

Hoofdarbeid en productiviteit

Het eerdergenoemde denken wordt ook wel gezien als ‘hoofdarbeid’ maar is nog minder productief dan arbeiden. Arbeiden laat geen blijvende sporen achter maar van denken blijft helemaal niks tastbaars over. Denken laat zich nooit materialiseren in concrete dingen. Het resultaat van inspanning bij arbeid is trouwens bijna even snel verbruikt als de inspanning zelf. Hoe doelloos inspanning ook mag zijn; de inspanning is steeds gericht op het leven zelf.

Handelen en spreken

Behalve consumptiegoederen en gebruiksvoorwerpen bestaan er producten van handelen en spreken. Die producten vormen samen een netwerk van intermenselijke betrekkingen en aangelegenheden. Niet alleen missen deze producten een tastbaarheid. Ze zijn minder duurzaam en futieler dan andere producten. Hun werkelijkheid is gebaseerd op de menselijke pluraliteit, op een voortdurende aanwezigheid van anderen die ze kunnen zien en horen en zo in het bestaan worden bevestigd.

In tegenstelling tot vervaardigen is handelen nooit mogelijk in een afzondering. Handelen en spreken spelen zich af in voortdurend contact in het netwerk van intermenselijke betrekkingen dat door daden en woorden ook door anderen gevormd wordt. ‘Isolatie’ kan daarmee worden gezien als een verstoken blijven van een vermogen tot handelen.

De ruimte die handelen en spreken met zich meebrengt ontstaat tussen hen die daaraan meedoen. De ruimte is een plaats van ontmoeting. Die plek is een platform waarop iemand verschijnt aan de ander zoals anderen aan hem of haar verschijnen. Aan wie deze ruimte is ontzegd wordt contact met de werkelijkheid ontzegd. De werkelijkheid van de wereld ligt voor mensen steeds in de aanwezigheid van anderen. Wat voor ons allen zichtbaar is hoort tot het ‘zijn’ in onze wereld.

Handelen en spreken spelen zich af tussen mensen onderling op basis van interessen. ‘Inter-est’ is dan ook iets wat zich tussen bevindt en een mogelijkheid biedt tot het aanknopen van relaties. Behalve dit eerste benoemt Hannah Arendt het netwerk van intermenselijke betrekkingen als een tweede ‘intermedium’. Het is het netwerk dat ontstaat door handelen met en het spreken als mensen rechtstreeks tot elkaar.

Overigens treft ons handelen, juist door het netwerk van intermenselijke betrekkingen met alle tegenstrijdige wensen en bedoelingen, zelden een doel. Een functie van het genoemde netwerk is wel dat het handelen levensgeschiedenissen maakt. Het is ook aan dit netwerk van intermenselijke betrekkingen dat het handelen zijn realiteit dankt. Elk levensverhaal is in het netwerk een resultaat van het handelen en spreken waarin een handelende persoon wordt onthuld die geen auteur of maker van het verhaal is. Iemand is in het netwerk van intermenselijke betrekkingen het verhaal begonnen. Ieder is subject van dat verhaal en niemand is er de auteur van.

Behalve dat handelen zelden doel treft kunnen we het einde van handelingen niet voorspellen omdat ze nooit eindigen. Het proces dat begint met een daad kan tot het einde van de tijden blijven doorgaan.

Handelen en spreken ‘produceren’ niks. Er komt niets uit voort en daarmee zijn ze zo onsubstantieel als het leven zelf is. Daden, feiten, gebeurtenissen, gedachten- en ideeënstelsels moeten eerst worden gezien, gehoord, in herinnering bewaard voordat ze worden omgezet tot dingen van de wereld. Handelen, spreken en ook denken zijn voor hun materialisering op hulp van andere aard aangewezen.

Voor geen enkele andere menselijke verrichting is spreken zo belangrijk als voor het handelen. Een handelende persoon, een ‘verrichter van de daad’, kan de daad pas zinnig verrichten als de handeling in woord wordt geopenbaard. De daad kan wel zonder begeleiding van woorden worden waargenomen.

Omdat de handelende persoon optreedt met andere handelende personen is de persoon nooit iemand die slechts iets ‘doet’. De persoon ondergaat ook. Daarbij zijn doen en ondergaan keerzijden van dezelfde medaille. Omdat elke actie inwerkt op wezens die in staat zijn tot actie is een reactie, behalve een antwoord, een actie met een uitwerking op anderen. Daaruit volgt dat het handelen altijd betrekkingen aanknoopt tussen mensen.

Aspecten van macht

Zoals het handelen onbegrensd is, is macht dat ook. Een ontmoetingsplaats voor mensen die handelen en spreken wordt door macht in stand gehouden. Wanneer zij gemeenschappelijk handelen groeit de macht. Wie zich aan dit samen-zijn onttrekt wordt altijd machteloos.

De enige beperking van macht ligt in het bestaan van andere mensen. Omdat macht wortelt in de menselijke pluraliteit bestaat er geen externe beperking op macht. De macht kan steeds worden gedeeld zonder dat die geringer wordt. Het enige alternatief voor macht is geweld die macht kan vernietigen maar nooit vervangen. Een streven naar almacht houdt een langzame vernietiging in van de pluraliteit.

Paradoxale pluraliteit

Handelen en spreken worden gekenmerkt door een tweeledig karakter van gelijkheid en verscheidenheid. Immers als mensen niet gelijk zouden zijn zouden zij elkaar niet verstaan en als mensen niet verschillend zouden zijn hebben zij spreken en handelen niet nodig om zich verstaanbaar te maken. Daarmee wordt de menselijke pluraliteit gekenmerkt door een paradoxale pluraliteit van unieke wezens.

De menselijke conditie van de pluraliteit is een vast onderdeel van het handelen. Pluraliteit is een voorwaarde van de ontmoetingsplaats in het publieke domein. Daarmee wordt handelen onvoorspelbaar, zijn processen onomkeerbaar en wordt anonimiteit opgeheven van degene die met handelen start.

Opnieuw geboren

Door te handelen en te spreken treden wij steeds onze mensenwereld binnen. Het met daad en woord naar binnen gaan is te beschrijven als een ‘tweede geboorte’. Daarin wordt het naakte feit van onze fysieke verschijning bevestigd en worden daarvan de consequenties aanvaard. We geven gehoor aan onze drang tot een binnentreden in onze wereld door een eigen beweging om iets nieuws te beginnen dat een onderdeel van handelen is. Het beginnen van iets nieuws vloeit niet rechtstreeks of onvermijdelijk voort uit wat er vooraf ging. Alle oorsprongen en alle aanvangen dragen dit verrassende karakter in zich.

Dat wij mensen kunnen handelen betekent dat steeds het onverwachte kan worden verwacht. Daaruit volgt dat de mens in staat is waar te maken wat onwaarschijnlijk is. Voor deze onwaarschijnlijkheid is het feit dat iedereen uniek is een voorwaarde. Met iedere geboorte komt iets in de wereld wat uniek en dus nieuw is. Het handelen is daarom een effectuering van de nataliteit. Handelen en spreken hebben, in de effectuering van nataliteit, een onthullend karakter: iemand maakt zich kenbaar aan de wereld zonder de precieze wetenschap wie hij of zij is.

De zelfonthulling van de spreker en wie hij of zij is blijft altijd ongrijpbaar. Immers als we willen zeggen wie deze persoon is laten de woorden ons zeggen wat hij is. We raken daarin steeds de draad kwijt en geven een opsomming van eigenschappen die de persoon gemeenschappelijk heeft met anderen. Daar ontsnapt ons de uniciteit van een ander.

Het onthullende karakter van handelen en spreken is verbonden met de levende beweging van dat handelen en spreken. Handelen en spreken kunnen alleen worden gereïficeerd door een herhalende nabootsing ofwel mimesis. Hier trekt zich een rechtstreekse lijn naar drama. ‘Drama’ is dan ook afgeleid van ‘dran’ dat handelen betekent. De term ‘drama’ geeft aan dat de handeling op het toneel een imitatie is van de werkelijke handeling. Het element van imitatie is trouwens niet voorbehouden aan de spelers; die begon volgens de Griekse filosoof Aristoteles al bij het schrijven het stuk. Alleen de spelers die het verhaal opvoeren kunnen de ware betekenis overbrengen, niet zozeer van het verhaal, maar van hen als ‘helden’ die zich ‘onthullen’.

Lichamelijkheid en deelbaarheid

Hoezeer we het misschien soms zouden willen is ons lichaam het enige ‘ding’ dat wij niet kunnen delen met anderen. Het lichaam hoort daarmee tot het wezenlijke van alle bezit. Niets is minder gemeenschappelijk – en in die zin minder communicabel – dan ons lichaam. Het lichaam is dan ook afgeschermd van gezien en gehoord worden op het publieke domein. Wat zich dus afspeelt in de begrenzing ervan zoals pijn, genot, groei en verval is minder communicabel met de buitenwereld.

Fysieke pijn maakt ons onvatbaar voor alle andere gevoelens. Het gaat om een persoonlijke gewaarwording die door anderen mee te voelen is. Pijn zorgt ervoor dat we het gevoel voor werkelijkheid verliezen en is daarmee een uiterste vorm van subjectiviteit. In het grensgebied van tussen het leven en de dood sluit pijn ons zozeer af van de wereld dat wij ons daarin niet meer kunnen herkennen. En dat terwijl ons gevoel voor de werkelijkheid afhankelijk is van een vorm van een uiterlijke verschijning in een publiek domein.

Geluk dat in afzondering van de wereld gevonden wordt en in het private bestaan gegoten is kan niet anders zijn dan – slechts – een afwezigheid van pijn. De enige activiteit waarin pijn is uitgesloten is het eerdergenoemde arbeiden. In de situatie van het arbeiden verwijst het menselijke lichaam naar zichzelf terug. Het lichaam concentreert zich op het in-leven-zijn en blijft verbonden aan de stofwisseling met de natuur. Daarmee stijgt het lichaam dus niet boven zichzelf uit.

Privaat en publiek

Het private domein van de mens ontleent de betekenis ervan aan het bestaan van het publieke domein. De term ‘privaat’ verwijst overigens naar ‘een verstoken zijn van’. Het private karakter van iets ligt in de afwezigheid van anderen. Als privépersoon krijgt een mens voor anderen nimmer een gestalte. Diegene bestaat niet. Wat er ook door een privépersoon ondernomen wordt: nimmer krijgt die persoon betekenis en consequenties voor anderen.

Het was Jezus, zo brengt Hannah Arendt in herinnering, die het private en publieke domein aan elkaar wist te verbinden door in ‘goedheid’ te doceren. Inherent aan goedheid is dat het zich onttrekt aan wat gehoord en gezien wordt. Zo kan de verwijdering indertijd worden verklaard van de eerste christenen van het publieke domein. Als goedheid wordt geopenbaard is het geen goedheid meer maar een georganiseerde liefdadigheid als een uiting van saamhorigheid.

Voordat we Jezus hier optrommelen als een held in zijn tijd is hier enige relativering op zijn plaats inzake het heldendom. Arendt stelt in haar werk dat een ‘held’ in een verhaal geen heldenfiguur hoeft te zijn. Oorspronkelijk werd in de Griekse tijd dat woord gebruikt voor elke Griek die meegedaan had in de Trojaanse oorlog en over wie een verhaal kon worden verteld. De associatie van een ‘held’ met moed heeft te maken met de bereidheid van mensen zelf handelend en sprekend op te treden om daarmee een stap in de wereld te doen en een eigen levensverhaal te beginnen.

Handelen en maken

In de geschiedenis van de moderne tijd is voor het complexe handelen steeds gezocht naar een alternatief. Dit is het substituut ‘maken’ geworden. We maken de wereld omdat het handelen te ingewikkeld lijkt. ‘Maken’ biedt in de regeling van onze menselijke aangelegenheden meer houvast maar heeft als nadeel dat het substituut tegen het wezen van de politiek ingaat. Het substituut staat daarmee gelijk aan het einde van democratie.

Het menselijke vermogen tot handelen, waarvan zoals we zagen uitkomsten onzeker en onvoorspelbaar zijn, heeft geleid tot een wetenschap van processen zoals we die zien in de natuurwetenschappen. In die vorm van wetenschap lijkt bij een ontwikkeling geen weg meer terug. Zwakke schakels in de handelingsprocessen van mensen zorgen ervoor dat onzekerheid van de menselijke aangelegenheden een kenmerk van die wetenschapsvorm is geworden.

De natuurwetenschappen hebben zich gedwongen gezien een toevlucht te nemen in een taal van symbolen die oorspronkelijk waren bedoeld om definities in woorden af te korten. Inmiddels kunnen de symbolen niet meer worden terugvertaald naar woorden. We zijn daarmee terechtgekomen in een wereld waarin het woord aan macht heeft verloren. Daarentegen kunnen wij onze omliggende wereld slechts als zinrijk ervaren wanneer erover te spreken is en wij ons daarover verstaanbaar kunnen blijven maken.

Het probleem van het gebrek aan zekerheid is beslissend geworden voor de ontwikkeling van de moderne moraal. Daarbij is, zoals in de natuurwetenschappen, alles aan twijfel onderhevig geraakt en bestaat een voorliefde voor vaste patronen die dienen als modellen voor te produceren dingen. Het is deze mentaliteit van de homo faber die oudere opvattingen over harmonie en eenvoud verdrongen heeft.

De remedie tegen onomkeerbaarheid en onvoorspelbaarheid van handelen is trouwens één van de mogelijkheden van handelen zelf. Een verlossing uit de onomkeerbaarheid is de menselijke mogelijkheid tot vergeven. Een remedie tegen de onvoorspelbaarheid ligt besloten in ons vermogen om beloften te doen en die te houden. Vergeven en beloven zijn gebonden aan de aanwezigheid en het handelen van anderen. Daarmee zijn ze gebonden aan de pluraliteit.

Als we de moderne wereld vergelijken met de wereld van het verleden dan is het leven ten aanzien van ervaringen verschraald. In de moderne wereld heeft contemplatie alle zin verloren. Het denken is herleid tot het maken van gevolgtrekkingen dat een nieuwe functie van het brein is geworden. Sinds de moderne tijd wordt handelen enkel nog opgevat als een manier tot vervaardiging.

Het is een ontwikkeling die met de opkomst van het Christendom in gang kon worden gezet. Sinds het Christendom is de mens zich immers gaan vasthouden aan het leven en niet meer aan de wereld. De prioriteit van het leven over alle andere dingen is in deze tijd een vanzelfsprekende waarheid geworden.

Een verkorte samenvatting

In deze verkorte samenvatting en de daarop volgende conclusies wordt graag teruggekomen op de voor ons belangrijkste elementen uit het betoog van filosofe Hannah Arendt. Ook wordt kort een mogelijke betekenis ervan aangegeven voor een verdere ontwikkeling van de haptonomie. Uiteraard kunnen de volgende punten op basis van ‘De menselijke conditie’ ook andere doelen dienen.

Het netwerk van intermenselijke betrekkingen is een dynamisch netwerk waarin uitgegaan wordt van producten van handelen en spreken. Met handelen en spreken treden wij steeds onze mensenwereld binnen; zo zijn handelen en spreken te beschouwen als een nataliteit. We geven gehoor aan innerlijke drang om de wereld binnen te treden door iets nieuws te beginnen.

De ruimte die met handelen en spreken wordt ingenomen is de plaats waaraan wij aan elkaar verschijnen. Het ontzeggen van die ruimte aan een ander berooft hem of haar van de werkelijkheid. Het handelen als zodanig treft zelden een doel. Wel worden er levensgeschiedenissen met handelen gemaakt. Produceren doen handelen en spreken niet. Omdat elke actie inwerkt op wezens die in staat zijn tot reactie is ook een reactie een actie.

Commentaar verkorte samenvatting

Het ontzeggen van ruimte aan een ander, zoals door gevangenschap en andere vormen van separatie, berooft een mens van elke vorm van realiteitszin. Separatie en verwijdering uit de maatschappij, uit een therapeutische relatie, van een opleiding of uit een ander groepsproces zou daarom uit den boze moeten zijn.

Omdat wij met handelen en spreken een mensenwereld binnentreden bevinden wij ons ook, Hannah Arendt verwijst er in haar werk zelfs uitdrukkelijk naar, binnen het domein van de huidige theaterwetenschappen. Haar beschouwing inzake nataliteit zou naast de psychologie en haptonomie kunnen horen tot domeinen van religie en spiritualiteit.

(Hapto-)therapeutisch kan het betoog van Hannah Arendt uiterst interessant zijn ten aanzien van vermeende reactiviteit als een vorm van gedrag. Die bestaat niet. Want elke reactie is een actie en die staan in handelen en spreken aan elkaar gelijk. Een aanvaarde norm ‘een cliënt verder te brengen’ van reactiviteit naar activiteit is wellicht goedbedoeld maar zo beschouwd eerder behorend tot het domein van normatieve nonsens.

Dat handelen op zich maar zelden doel treft is niet een relativering voor het (hapto-)therapeutschap maar voor onze maatschappij van deze tijd als geheel. Dat we door te handelen ook niks produceren, hoewel we het complexe proces van handelen menen te moeten verwarren met vervaardigen, is misschien een daaropvolgend inzicht. Zeker is het een relativering van een ‘einddoel’ van onze (hapto-)therapeutische processen.

Literatuur

Hannah Arendt, ‘De menselijke conditie’, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2015.

Biografie Hannah Arendt

‘Video: Hannah Arendt (Human, 2011)’, http://www.haptonomie-haptotherapie.com/2015/04/video-hannah-arendt-human-2011.html, Nieuwsbrief Praktijk Leander Tijdhof (21 april 2015).

Eerder artikel over ‘Denken’

Corrie P. Holtman en drs. Leander P. Tijdhof, ‘Haptonomische verkenningen bij Denken van Hannah Arendt’, http://www.haptonomie-haptotherapie.com/2015/04/haptonomische-verkenningen-bij-denken.html, Nieuwsbrief Praktijk Leander Tijdhof (24 april 2015).

Eerder artikel over ‘Willen’

Corrie P. Holtman en drs. Leander P. Tijdhof, ‘Wat nooit was en misschien nooit zal zijn – Aantekeningen bij Willen van Hannah Arendt met enkele opmerkingen voor (hapto-)therapie’, http://www.haptonomie-haptotherapie.com/2015/06/wat-nooit-was-en-misschien-nooit-zal.html, Nieuwsbrief Praktijk Leander Tijdhof (15 juni 2015).

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Handelen en spreken als effectuering van nataliteit’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/07/08/handelen-en-spreken-als-effectuering-van-nataliteit/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (8 juli 2015).



Categorieën:Geen categorie