Zegeningen door waanzin geschonken

‘De natuur houdt ervan zich te verbergen’ (Heraclitus)

Leestijd ruim 9 minuten

Dit artikel over mystiek is een poging om aan de hand van het in het Nederlands vertaalde werk ‘Exploring Mysticism’ van Frits Staal uit 1975 een kader te scheppen voor nader onderzoek in de haptonomie en de haptotherapie. Staal neemt ons mee naar wat mystieke ervaringen zijn en geeft veel beperkingen aan van eerder wetenschappelijk onderzoek. Met een kritiek op de rol van de psychologie schetst professor Staal een kader voor onderzoek vanuit de ervaringen die in research worden opgedaan. Ter afronding van het artikel volgen conclusies voor zowel de haptonomie opgevat als een wetenschap en de haptotherapie als een methode. Het artikel is mogelijk ook toe te passen in andere disciplines in de zorg en daarbuiten.

Door Leander Tijdhof

Toegankelijkheid van de mystiek

Mystieke ervaringen zijn niet zo ontoegankelijk als weleens wordt gedacht. In onder andere de yoga, het taoïsme en in vormen van het boeddhisme kan door discipline en training een mystieke staat worden bereikt. Mystieke ervaringen kunnen daarnaast ook spontaan optreden. Wat opvalt is dat deze laatstgenoemde ervaringen vaak volgen op dramatische of tragische gebeurtenissen in een mensenleven.

In de wereld bestaat er geen theorie van de mystiek en omdat die theorie niet bestaat is er ook geen definitie van mystiek beschikbaar. Het begrip wordt vooral daar gebruikt waar het op basis van onze intuïtie juist lijkt om te gebruiken. Onderzoeken die worden gedaan kunnen benut worden als een grove en contextuele afbakening van het begrip ‘mystiek’.

Beperkingen voor onderzoek

In de beoefening van de wetenschappen in onze tijd is alles onderhevig geraakt aan de twijfel. Die twijfel zorgt ervoor dat wij niet in staat blijken onbevooroordeeld te zoeken naar de werkelijkheid of de ‘waarheid’. Het lijkt erop dat veel mensen in deze tijd in een zo vroeg mogelijk stadium een toevlucht nemen tot alomvattende twijfel. Twijfel brengt onze vooroordelen in kaart en omdat ze in kaart zijn kunnen wij er ons ook van losmaken. Een groot probleem kan ontstaan als twijfel voor ons te groot wordt. Het probleem bestaat eruit dat wij niet meer bereid lijken nieuwe gebieden te betreden en nieuwe mogelijkheden te willen ontdekken.

Onze twijfel heeft een geschiedenis. Het is al in het oude testament van de bijbel waarin mensen zware beperkingen opgelegd kregen ten aanzien van de vrijheid om eigen kennis te verwerven. Zo vertelt het verhaal van Adam en Eva over een ‘boom der kennis’ die uit goed en kwaad zou bestaan. Ook wordt onder andere verhaald over een vermeende sterfelijkheid van de mens.

Waar in een later stadium, zo betoogt Staal, nog een plaats werd toegekend aan de rede bleef ook tijdens de Middeleeuwen en deels daarna een uitgesproken irrationele tendens bestaan. Daarbij kan gesteld dat het christendom van alle geloofsgemeenschappen ter wereld de sterkste nadruk legt op irrationaliteit. De irrationaliteit kent daarbij een zo grote mate die bij andere geloofsvormen, zoals in de islam, nimmer in overweging werd genomen. Het is de irrationaliteit van het christendom die ervoor zorgt dat de westerse opvatting over godsdienst is dat het zou horen tot een domein van irrationaliteit. Een ontwikkeling die onze twijfel vergroot.

Mede door twijfel maken filosofen en wetenschappers zich vaak schuldig aan een soort provincialisme ten aanzien van bestudering van mystiek en andere verschijnselen die daarmee verband zouden kunnen houden. Staal illustreert de stelling aan de hand van een citaat uit 1962 van de wetenschapper Edward Conze: ‘Omdat zij gewoonlijk niet bekend zijn met de traditionele niet-wetenschappelijke technieken die de mensheid bezit, zijn zij daarin ook niet in het minst in geïnteresseerd – wat veel erger is. Als er al aandacht aan deze technieken wordt geschonken, dan zien we in het gunstigste geval dat men ze al snel interpreteert als benaderingen van wetenschappelijke technieken, bedacht door onwetende en maar wat aanrommelende inboorlingen die in het duister tastten’.

Dat de westerse beschaving wordt gekenmerkt door een opvatting dat mystiek irrationeel zou zijn heeft tot gevolg dat mensen worden ingedeeld in ‘rationeel’ en ‘niet-rationeel’. Zo kan het in die beschaving voorkomen dat een persoon door de week een kritische, sceptische kijk op de wereld heeft waarna meestal op zondag een blind vertrouwen aan de dag wordt gelegd in allerlei irrationele beweringen.

Mogelijkheden voor onderzoek

De wereld bestaat uit unieke verschijnselen. Wat een rationele analyse wil ontdekken is wat de unieke verschijnselen met elkaar te maken hebben. Wat uniek aan de oppervlakte lijkt hoeft dit in werkelijkheid niet te zijn. Daarom is de wetenschappelijke benadering van onderzoek naar uiterlijke verschijnselen te beperkt. Die vorm maakt deugdelijk wetenschappelijk onderzoek naar mystiek onmogelijk.

Een rationele analyse van de mystieke ervaringen gaan nooit over de vraag of deze ervaringen bestaan. De analyse gaat enkel over de interpretatie van die ervaringen. Mystieke ervaringen van mensen die geïnterpreteerd kunnen worden komen even vaak voor als bepaalde ziekten of met zes of zeven tenen aan een voet. Mystieke ervaringen kunnen, om hier te verwijzen naar de Griekse oudheid, de grootste zegeningen zijn die door onze waanzin zijn geschonken.

Rol van de psychologie

Wanneer de psychologie wordt opgevat als een wetenschap die zich bezighoudt met de menselijke geest dan kan die benadering de moeite waard zijn voor bestudering van de mystiek. Helaas legt de psychologie zich teveel beperkingen op waardoor subjectieve ervaringen van vormen van onderzoek worden uitgesloten. De aanname van de psychologie daarbij is helaas dat subjectieve ervaringen niet onderzocht zouden kunnen worden.

Het psychologische onderzoek naar de mystiek blijft door het systeem van uitsluiting grotendeels impressionistisch van aard. Het onderzoek toont daarmee vooral de beperktheid van de psychologie. De psychologie blijkt niet in staat ook maar enkele feiten vast te stellen over mystiek. Enkele feiten over mystiek die wel zijn blootgelegd door de fysiologie. En in de fysiologie ontbreekt het weer aan een duiding van de waargenomen feiten. Al met al blijft daarmee onderzoek naar mystiek beperkt.

Toch kan het gebruik van psychologische methoden bij onderzoek naar mystieke ervaringen veel opleveren. Daarbij kan nog opgemerkt worden dat de verbinding tussen de mystiek, de traditionele psychologie, psychotherapie en psycho-analyse al heel oud is.

Onderzoek van binnenuit

Uit het voorgaande volgt dat om mystiek volledig te kunnen onderzoeken niet alleen onderzoek nodig is langs een indirecte weg van buitenaf. Het blijkt nodig mystiek te onderzoeken van binnenuit omdat de mystieke ervaringen een onderdeel zijn van menselijke geest. Om van binnenuit een verantwoord onderzoek te kunnen doen is het kunnen observeren en het kunnen analyseren van de eigen waarneming een noodzakelijke voorwaarde.

Als de mystiek bestaat uit verschijnselen die door menselijke inspanningen teweeggebracht kunnen worden en verschijnselen die niet door menselijke inspanningen teweeggebracht worden kan onderzoek beginnen met de eerstgenoemde verschijnselen. De start behelst dan ook een onderzoek naar de uiterlijke kenmerken van het fenomeen en gebeurt dan op basis van de traditie van de empirische wetenschapsvorm waarin ervaring en proefondervindelijke uitkomsten steeds centraal staan. Of de resultaten uit deze vorm van onderzoek naar mystiek ook zouden kunnen gelden voor verschijnselen die niet door menselijke inspanningen worden teweeggebracht kan bij eventuele relevante resultaten nader worden bezien.

Om onderzoek naar mystiek te doen hoeft de onderzoeker in beginsel geen mysticus te zijn. Dit wordt wel een voorwaarde wanneer de onderzoeker overgaat tot een volledig onderzoek waarbij ervaringen van binnenuit een rol gaan spelen. Het gaat hier immers om subjectieve ervaringen die aan onderzoek worden onderworpen. De vraag die zich vervolgens opdringt is wanneer iemand een ‘mysticus’ is zodat de ervaringen onderzocht kunnen worden. Frits Staal stelt dat een onderzoeker die regelmatig subjectieve, mystieke ervaringen heeft een mysticus is. Daarmee lijkt de drempel voor een volledig onderzoek naar mystiek betrekkelijk laag te liggen.

En toch ook niet helemaal. Daarvoor wendt Staal zich tot het werk van wetenschapper Sigmund Freud (1856-1939) ten aanzien van het zonder kritiek observeren van onszelf. ’Er is één psychische handeling’, zo haalt Staal over de fenomenen observatie en kritiek de wetenschapper aan, ‘die bij het nadenken meer betrokken is dan bij die gevallen waarin men met de meeste aandacht zichzelf waarneemt. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de gespannen gelaatsuitdrukking en het gefronste voorhoofd van iemand die nadenkt, tegenover de rustige mimiek van degene die zichzelf observeert. We hebben in beide gevallen met een verhoogde aandacht te maken, maar degene die nadenkt oefent bovendien kritiek uit waardoor hij een deel van de in hem opkomende invallen verwerpt na deze waargenomen te hebben, andere breekt hij direct af zodat hij de gedachtengang die zij zouden openen niet volgt, en tegenover weer andere gedachten weet hij zich zo op te stellen dat deze in het geheel niet bewust worden, dat wil zeggen voordat ze waargenomen kunnen worden, onderdrukt worden. Degene die zichzelf waarneemt daarentegen moet alleen maar moeite doen kritiek te onderdrukken. Gelukt hem dat, dan wordt hij zich een grote hoeveelheid invallen bewust die anders ongrijpbaar waren geweest. Met behulp van dit door het waarnemen van zichzelf verkregen materiaal kunnen zowel de pathologische ideeën als de droombeelden geïnterpreteerd worden’.

Wij kunnen het citaat van Freud dat Frits Staal ons in herinnering brengt ter harte nemen. En hoewel overeenkomsten tussen mystieke en pathologische toestanden ondeugdelijk zijn hebben ze als als overeenkomst dat ze van een ‘normale’ toestand verschillen. Ook blijkt uit het citaat een vermogen tot ontvankelijkheid door ons van de remming door kritiek te ontdoen. Het is in die ontvankelijkheid voor wat er is dat elk onderzoek ogenschijnlijk moeilijker maakt. Maar feitelijk wordt, zo kan in navolging van Staal worden gesteld, elk onderzoek daardoor juist makkelijker gemaakt.

De nieuwe werelden

Om de rol van haptonomie en het middel van haptotherapie verantwoord te kunnen onderzoeken is, gekoppeld aan de uiteenzetting van Frits Staal ten aanzien van mystieke ervaringen, onderzoek vereist dat van binnenuit wordt verricht. De haptonoom, hier opgevat als een beoefenaar van de haptonomie, zal in staat moeten zijn een eigen observatie en analyse te doen van de ervaringen in het tasten en in gevoelens die mede daaruit voortvloeien. Voor de helderheid moet gesteld dat met het begrip ‘haptonoom’ hier ook cliënten in de haptotherapeutische praktijk worden verstaan.

Een onderzoek in de haptonomie en naar de werking van haptotherapie kan beginnen bij een onderlinge uitwisseling tussen cliënt en therapeut waarbij de haptotherapeut zich in beginsel mag inbrengen. Dit staat haaks op de gedachte dat een inbreng van de haptotherapeut niet gewenst zou zijn. Daarvan gaan veel therapeuten – in en buiten de haptonomie – tot op de dag van vandaag nog altijd uit. De opbouw van wetenschap – en onze menselijkheid – ligt immer in het delen van ervaringen die in een totaliteit kunnen bijdragen tot het ontstaan van de gehelen danwel het geheel.

De kwaliteit van het wetenschappelijke onderzoek staat of valt bij de methode van de waarneming. Het zonder kritiek observeren van onszelf blijkt een belangrijke voorwaarde om tot een interpretatie te komen van onze ervaringen. Op basis daarvan kunnen we komen tot een voorzichtige wetmatigheid. Het zonder kritiek observeren van onszelf heeft niets te maken met waarnemen zonder oordeel. Het waarnemen zonder oordeel verwijst immers naar ons vermogen tot oordelen dat wij rijk zijn.

Frits Staal stelt in zijn boek dat een onderzoeker met mystieke ervaringen een mysticus is. Deze lijn doorgetrokken naar bijvoorbeeld haptonomie betekent dat een onderzoeker met haptotherapeutische ervaringen danwel ervaringen in de haptonomie een haptonoom is. Daarmee ligt de drempel voor deugdelijk onderzoek ook naar haptonomie en het middel van haptotherapie laag. Zoals Staal heel treffend Don Juan aanhaalt: ‘Wij zijn mensen en ons levenslot is te leren en in onvoorstelbare nieuwe werelden geslingerd te worden’.

Literatuur

Dr. Frits Staal, ‘Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek’, Het Spectrum, 1978.

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Zegeningen door waanzin geschonken’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/09/01/zegeningen-door-waanzin-geschonken/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (1 september 2015).