Menu Home

Wie ik niet ben

Notities voor de haptonomie op basis van ‘Entre nous’ van Emmanuel Levinas

Leestijd ruim 10 minuten

In dit artikel kunnen we kennismaken met het zinnige aspect van onze communicatie. Die zinnigheid kan ons ten deel vallen vanuit ons weten en niet-weten. We raken in deze bijdrage onder andere aan ons denkproces in relatie tot het idealisme. We bespreken de rol van het kennen en onze taal. Daarmee raken we vervolgens aan wat Levinas als het gesprek aanduidt van waaruit het begrip nabijheid wordt besproken. In de marge komt ook de geneeskunst aan de orde. Aansluitend op al deze onderwerpen wordt een adembenemende, culturele route weergegeven van waaruit een eenheid tussen lichaam en geest geschapen wordt. En hoe kan het vervolgens anders gaan dan dit samenvattende artikel te besluiten met Levinas’ opmerkingen over de liefde? De indeling van deze bijdrage is vooral praktisch waardoor er enig overzicht geschapen kan worden. Tegelijk vinden we ook in dit werk van de filosoof veel dat onze ideeën over het leven bijstelt. Zo beschouwd geldt de indeling van deze bijdrage als ongepast omdat er vanuit een ‘ik’ naar de ander en verder naar een samenzijn geredeneerd wordt. Welzeker zou Emmanuel Levinas dit anders hebben aangepakt.

Door Leander Tijdhof

Mijn denkende ik

Mijn denken start met het besef van een vrijheid die buiten mij is. Een vrijheid wordt al in mijn eerste denken van buiten mijzelf ingedacht. Het proces van buiten mijzelf indenken van de vrijheid is een teken van mijn tegenwoordigheid in de wereld, schrijft Levinas. In die tegenwoordigheid in de wereld wordt door mijn waarneming een aangezicht manifest. Zo word ik steeds getroffen door de dingen om mij heen als ‘bezeten’ door de ander of het andere.

In mijn denken heeft het kennen van iets te maken met idealisme. Het begrip van kennen bestaat immers uit het geven, het gegeven en een voor het grijpen. Het kennen mondt uit in mijn vol-doening die concreet wordt gemaakt door mijn genieting. Die beleving van de voldoening verleent een betekenis waarin ik in mijzelf een genoegen blijf scheppen. Die zelfgenoegzaamheid doet me steeds volharden in mijn ‘zijn’.

Denken aan mijn ‘zijn’ is net als mijn denken aan kennis een denken dat uitgaat van de wereld. Zijn en bewustzijn stellen beide een voorstelling tegenwoordig. Die kent een grijpbare vastheid en bestaat uit een iets dat ik identificeer met iets identieks ofwel met het-zelfde.

Teruggrijpend op andere filosofieën stelt Emmanuel Levinas dat mijn rationaliteit bestaat uit de overgang van een voorstelling naar een begrip. ‘Kennen’ is dan niet langer slechts een waarneming maar een be-grip. Daarbij blijft een volledige dekking van het beoogde met wat gezien werd onmogelijk. In dit weten en tevens niet weten schuilt een zinnig psychisme. In het psychisme speelt mijn verantwoordelijkheid voor de ander een rol waarlangs transcendentie verloopt en leven beleefd wordt. Transcendentie houdt kortweg mijn verbondenheid in met dat wat buiten mij staat of met dat wat mij overstijgt.

De subjectiviteit van mijn bewustzijn is altijd actief. Wat daarin dwingend op mij afkomt leidt tot aanvaarding ervan. Maar als een naaste tot mij komt word ik geroepen tot een verantwoordelijkheid waartoe ik mij eerder nooit had verbonden. Het is een verbinding die zich aan het aangezicht van de ander laat aflezen. Dit proces van verbinding, stelt Levinas, gaat voor elke vrijheid omdat het gaat om een bezetenheid. Die bezetenheid gaat tegen de individuele stroom van mijn bewustzijn in. Ieder van ons raakt ervan ondersteboven. En het is mijn bewustzijn dat elk initiatief in een ontmoeting uit handen slaat. Het is alsof ik tegenover de ander in een staat van beschuldiging ben gesteld. Ik raak dan ook onderworpen aan een kwellende vervolging terwijl ik niets heb misdaan. Dit proces werpt me steeds in mijzelf terug.

Mijn bewustwording die een voorwaarde schept in de vorming van mijn bewustzijn is niet per definitie verbonden met het opnemen van informatie. De bewustwording kan ook een ondergaan zijn waarbij zelfs mijn ondergaan weer een ondergaan is. Ondanks mijn bewustzijn ontstaat hierin een lijden als een passiviteit op een manier zoals de pijnlijkheid van pijn gevoeld kan worden.

Door een kwaal laat een passief lijden zich begrijpen. En in dat lijden lopen mijn leven en ‘zijn’ vast, stelt de filosoof. Het kwalijke en hinderlijke van pijn is dat het de diepst voelbare uiting van een absurditeit is. Een pijn die ervoor kan zorgen dat een ziektetoestand met angst en ontreddering nog meer ziek maakt dan de ziekte eerder al was.

Een communicatief ik

Mijn zelfbewustzijn draag ik uit met onze taal. Dit proces is tegelijk een vernietiging ervan omdat ook ik met mijn taal terecht kom op een punt dat ik niet meer kan praten. Ieder komt volgens Emmanuel Levinas op den duur terecht in een zekere sprakeloosheid. Daarna kan ook ik de taal niet meer serieus nemen. Onthullingen die ik doe raken oppervlakkig. En alles wordt in navolging ervan een bedrieglijke schijn van mij, een zender, die niet beseft dat er gelogen wordt. Een zender die vastzit in een portret. Mijn ‘ik’ raakt vernietigd en mijn masker is het aangezicht. Uit deze uiteenzetting volgt dat individuele wezens geen identiteit kunnen hebben.

Mijn wisselwerking tussen mijzelf en een ander loopt door elkaar heen. De ander is niet als een object dat ik eerst moet verstaan om een gesprekspartner te zijn. Met het verstaan van de ander spreek ik de ander meteen aan. Als ik iemand begrijp volgt daaruit dat ik tot die ander spreek.

Wij kunnen anderen niet ontmoeten zonder uitdrukking te geven aan de ontmoetingen zelf. Met dit feit onderscheidt het ontmoeten zich van het kennen. In elke houding van het menselijke wezen schuilt immers een begroeting. Die begroeting is er ook wanneer ik die aan een ander zou weigeren. Omdat ik de ander niet kan benaderen zonder het aanspreken is ons denken niet te scheiden van de uitdrukking.

Ik en de ander

De betekenis van de ander voor mij is dat ik erop gewezen wordt wie ik niet ben. Mijn relatie met de ander is er eentje van aangezicht tot aangezicht in wat Levinas aanduidt als het gesprek. Wanneer ik mij daarin geef ga ik ervan uit wat ik niet ben. Want mijn relatie met het aangezicht, met het gebeuren binnen onze gemeenschap, is een relatie met de zijnde zelf, zoals de filosoof verwoordt.

Het begrip aangezicht zoals Emmanuel Levinas dat gebruikt moet trouwens niet in beperkte zin worden verstaan. Een aangezicht kan een zin krijgen op wat het tegenovergestelde daarvan lijkt. Aan een aangezicht zijn zwakheid, sterfelijkheid en naaktheid af te lezen. Het aangezicht is dus niet de kleur van de ogen, de vorm van een neus, een frisse kleur op de wangen of een nek.

Vooral door nabijheid van de ander wordt het aangezicht betekenisvol. De betekenis reikt verder dan de plastische vorm en het is mijn waarneming die als het ware met een masker wordt bedekt. Steeds weer wordt door de vormen ervan heengebroken. Het is, schrijft Levinas, als een uitlevering van het omsingelde. De naaktheid van wat door vormen heen breekt maakt kwetsbaar en lijkt een salvo van vlak voor mij.

Een betekenisvol aangezicht vormt een geheel waarbij het lijkt dat ik bloot sta aan een onzichtbare dood. Het is alsof ik op een raadselachtige manier door iedereen ben verlaten. Het is ook de dood van de ander die mij steeds in (mijn) geding brengt. Ik word medeplichtig aan een onzichtbare dood van de ander. Aan een dodelijke eenzaamheid mag ik een ander dan ook niet overlaten. Deze betekenis geeft de dood mij mee, tekent de filosoof op. Mijn verantwoordelijkheid voor de ander die mijn naaste is heeft er dan ook te maken dat ik die ander nimmer overlaat aan een dodelijke eenzaamheid.

Emmanuel Levinas stelt dat het anders zijn van een ander de uiterste scherpte is van ‘gij zult niet doodslaan’. In onze bekommernis over de ander kan ik zo een onbegrensde verantwoordelijkheid ontwaren. Een verantwoordelijkheid waarmee ik nooit klaar ben; zelfs niet wanneer de ander aan een einde is gekomen. Zelfs al komt mijn verantwoordelijkheid enkel neer op mijn machteloos staan tegenover andermans dood dan nog geldt daarop het antwoord ‘hier heb je mij’. Het is met deze barmhartigheid waarin – waarschijnlijk onopgemerkt – de geneeskunst ontstaat, vult vertaler Ab Kalshoven van dit werk van Levinas betekenisvol aan.

Mijn lijden is te onderscheiden van dat van de ander. Toch is het lijden van de ander voor mij onvergeeflijk en daarmee wordt een beroep gedaan op een lijden in mij. Mijn lijden wegens het leed van de ander geldt voor Emmanuel Levinas als een knooppunt van subjectiviteit. Het lijden van mijn medelijden, mijn pijn omdat de ander die heeft, is de omvattende relatie van de verantwoordelijkheid voor de ander die wij kunnen weten. Daarbij sta ik voor alle anderen in terwijl niemand voor mij in kan staan.

Naar een samen

De ander in het gesprek staat niet altijd voor mij. Wanneer die ander voor mij zou staan zou ik immers direct kunnen spreken en dat doen we niet. Zo is mijn onmiddellijke spreken als een list op te vatten. Want terwijl ik spreek zie ik de ander praten, kan ik de ander in de gaten houden en ben zelfs tot antwoorden in staat. Vanuit het gesprek ontwikkel ook ik onze taal. Die taal ontwikkelt zich met de ander dankzij een ‘derde’ persoon. Met die derde persoon lijkt Levinas in deze context de verbinding tussen mij en de ander te impliceren.

Met mijn waarneming van de ander eigen ik mij de ander toe. Het gevolg van mijn waarneming is immers dat ik ergens vat op probeer te krijgen. De bevrediging die dit mij oplevert vormt met mijn waarneming en dat van anderen onze cultuur van het kennen. In die cultuur worden ‘ik’ en het andere tot elkaar gereduceerd. In die reductie neem ik het andere in en op mij. Het is met deze culturele route waarmee wij onze wereld bewonen.

Dankzij deze culturele route ontstaat elegantie in technisch handelen, ontstaat uit stemgeluid betekenisvolle taal, raken lopende benen dansvaardig, raken de handen een klavier voor verdere bewerking en tasten onze handen anderszins af. Langs deze weg van het kennen doet volgens Emmanuel Levinas het zinnige zich gelden. Zo ontstaat uit het zelfde en het andere het ene. Zo zijn lichaam en ziel als onze zin eveneens het ene of de eenheid waarin met een onderscheid tussen lichaam en geest wordt afgerekend.

De emotie die ten grondslag ligt aan een samenleving is liefde, betoogt Levinas. Een samenleving wordt er zeker door beheerst. Het liefhebben is daarin een bestaan alsof beminde en minnaar alleen op de wereld zouden zijn. Deze intersubjectieve betrekking van het begrip liefde is echter niet het begin van de maatschappij maar eerder een ontkenning ervan. Liefde is, stelt de filosoof, een door het jij bevredigd ik dat in de ander een rechtvaardiging aangrijpt van het zijn. De daardoor gevormde samenleving bestaat uit eenzaamheden die wars is van universaliteit. Een moraal van achting voor elkaar is een veronderstelde maatschappelijke moraal van de liefde.

Literatuur

Emmanuel Levinas, ‘Tussen ons – Essays over het denken-aan-de-ander’, Uitgeverij Ambo / Baarn, 1994.

Eerdere items

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Voordat ik ontluik’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/04/19/voordat-ik-ontluik/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (19 april 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontwikkeling als communicatie’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/03/22/ontwikkeling-als-communicatie/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (22 maart 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘De ander zo dichtbij’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/02/21/de-ander-zo-dichtbij/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 februari 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontvankelijkheid als verantwoordelijkheid’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/01/18/ontvankelijkheid-als-verantwoordelijkheid/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (18 januari 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Bekoring van erkenning’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/12/21/bekoring-van-erkenning/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 december 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Aanraken uit de leegte’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/11/07/aanraken-uit-de-leegte/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (7 november 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Daar waar spreken stopt’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/09/25/daar-waar-spreken-stopt/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (25 september 2015).

France Guwy, ‘Jij die mij aanziet’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/08/31/emmanuel-levinas-jij-die-mij-aanziet/, televisieproductie, Hilversum (IKON) 1986.

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Wie ik niet ben’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/05/30/wie-ik-niet-ben/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (30 mei 2016).

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht