Menu Home

Goedheid als wezen van contact

Notities bij ‘De liefde bouwt een woning’ van Anna Terruwe

Leestijd ruim 5 minuten

Zonder bewustzijn over eigen goedheid is er bij mensen nauwelijks ontwikkeling, zo legde psychiater en publiciste Anna Terruwe met haar werk vast. Dit ogenschijnlijk simpele inzicht kon leiden tot een zienswijze rond het begrip bevestiging. Op veel onderdelen te beschouwen als uit de tijd staat de kern van haar bevestigingsleer zoals mede verwoord in haar boek ‘De liefde bouwt een woning’ tot op de dag van vandaag overeind. Dit artikel is een korte en wellicht handzame samenvatting van de kern van haar boek dat oorspronkelijk verscheen in 1967.

Door Leander Tijdhof

Een gevoel van welwillendheid

Het begrip liefde omschrijft psychiater Anna Terruwe als een gevoel van welwillendheid naar de ander. Dit gevoel uit zich zowel psychisch als fysiek. Voor het fysieke aspect van de liefde geldt dat we dit laten zien in onze uiterlijkheid en houding. Kenmerkend voor liefde is dat een lichamelijke kant eraan nooit ontbreekt. De liefde omschrijft Terruwe als een soort basisemotie waarop gevoelens zoals verlangen, vertrouwen, genot, hoop en blijdschap zijn gebaseerd.

Wij kunnen onze liefde geven dankzij ons vermogen tot willen. Het wilsvermogen zorgt ervoor dat we met elkaar in staat zijn in eenheid te leven waarin lief en leed kunnen worden gedeeld. Het willen zorgt ervoor dat we alles kunnen oplossen dat die eenheid in de weg kan staan. Door een onverbrekelijke band op basis het wilsvermogen ontstaat een samenleving waarin ‘goed doen’ een boventoon voert. Met een eenheid van het willen wordt de liefde bedreven.

In onze wereld wordt liefde vaak beperkt tot seks. En ook komen we in de wereld de stellingname tegen dat de liefde ons geestelijke leven behelst. Beide opvattingen zijn volgens Terruwe onjuist. Seks en liefde zijn te onderscheiden omdat seks een enkele manier is waarin liefde zich kan uiten. Ook hebben wij niet enkel een geestelijk leven maar beschikken over een gevoelswereld. Uit dit alles moet wel volgen dat liefde een uiting van heel de mens is.

Een prikkeling van de tastzin

Liefde gaat gepaard met een natuurlijke uiting van de prikkeling van de tastzin. Wanneer we van iemand houden bestaat immers de natuurlijke neiging om hem of haar aan te raken. Deze tactiele uiting van liefde beschrijft de psychiater als de meest fundamentele liefdesuiting.

Anna Terruwe benoemt twee wetenschappen om de tactiele uiting van liefde tot meest fundamentele liefdesuiting te bestempelen. De tastzin ziet de psychiater als het meest primitief van onze zintuigen. Met onze waarneming via de tastzin wordt bovendien de liefde het scherpst geraakt in ons gevoelssysteem.

Alle tactiele uitingen die voortkomen uit gevoelsliefde worden gekenmerkt door tederheid. De ontvanger van contact voelt bij iedere uiting dat de ander hem of haar liefheeft en dat hij of zij aan de ander behaagt zoals hij of zij is. Wanneer tederheid ingezet wordt is er nooit een vorm van agressie. Er valt immers in tederheid nooit iets in een ander te bereiken. In de wereld van het gevoel is hij of zij steeds aan de ander welgevallig. De tederheid wordt in die welgevalligheid als liefde opgepikt. Daarop wordt steeds als zodanig gereageerd.

De bevestiging in het liefhebben

Liefde kan zich ontplooien in ons gevoelssysteem dankzij onze verhouding tot de ander. Omdat de liefde zich lichamelijk uit neemt de ander die sensitief waar. Met de waarneming wordt de ander bevestigd in liefde en verruimt zich van waaruit een volledig mens ontstaat.

De ander zal altijd liefde ontvangen en ook aanvaarden. Er wordt aanvaard dat de ander goed is. De opening voor de ander omschrijft Terruwe als een natuurlijkheid want door het ontvangen van liefde wordt wederliefde voortgebracht.

Als we iemand liefhebben betekent dit de erkenning van de ander als ‘goed’. Deze betuiging noemt de psychiater bevestiging. De bevestiging is verbonden met liefde en heeft een directe werking op de ander. Daarom is de bevestiging volgens Anna Terruwe het meest wezenlijk in ons psychische leven.

Het is wonderlijk, constateert Terruwe, dat we zo weinig aandacht hebben voor de bevestiging. Het hoort immers tot ons wezen om contact te hebben met anderen. Dat contact blijft onmogelijk als we door anderen niet als goed worden erkend. Wanneer we niet ervaren dat we goed zijn wordt een situatie geschapen dat we ten aanzien van onze zelfwaardering in onzekerheid blijven.

Bij wederliefde ontstaat een gevoelseenheid. Die eenheid houdt volgens de psychiater in dat ik en de ander over elkaar uitgebreid zijn. De ruimte die daarin ontstaat is een voorwaarde voor het ontplooien zoals de natuur van ons verlangt. Wij willen immers niet alleen maar altijd met anderen eenwording en -zijn beleven. De mens, zo tekent Terruwe op, heeft een universele instelling.

In een ontwikkeling naar een gevoelseenheid past geen actief ingrijpen. Liefde mag immers een geschenk zijn dat ontvangen wordt en niet toegeëigend kan worden. Met de bevestiging kan liefde altijd ontvangen worden zodat die een werking kan hebben. Daaruit volgt een openstaande vraag of na de beleving van de bevestiging er een wederliefde zijn kan.

Van liefde naar volledigheid

Alleen de liefde kan ons doen uitgroeien tot een volledig mens. De liefde is vruchtbaar want die behelst een uitnodiging tot het ontplooien. In de vruchtbaarheid schenken wij ons aan onszelf. De liefde is ook vruchtbaar omdat die wederliefde opwekt. Zo ontstaat een waar-menselijk gevoel. De liefde is verder vruchtbaar omdat die een ander zich doet geven en liefde van de ander kan worden ontvangen.

Samen met de wederliefde ontstaat een gevoelseenheid waarin onze hoogst menselijke vreugde is geborgen. Er ontstaat, verhaalt Anna Terruwe, een ‘volkomen eenheid’ waarin de liefde wederzijdse bevestiging geeft die de vruchtbaarheid constitueert. Daarin wordt vreugde gevormd door wederzijdse overgave in geven en ontvangen. In die situatie vindt onze natuur de meest volwaardige ontplooiing:

‘Zij groeit in het donker en vergaart haar kracht in de stilte,
zoals de liefde.
Zij vertoont zich in het licht als een voltooide knop, die zich niet openwoelt al is zij in het licht,
zoals het verlangen van de liefde.
Zij opent zich in volle pracht in de warmte van de zon,
zoals de vreugde van de liefde.
En als de omstandigheden zo zijn, dat het verlangen van de liefde zelfs niet zou moeten uitbloeien, is het de waterlelie, die zich vóór de winter weer terugtrekt onder het watervlak,
zoals de liefde die zich weerhoudt.
Zo is de liefde’.

Literatuur

Dr. A.A.A. Terruwe, ‘De liefde bouwt een woning’, J.J. Romen & zonen, uitgevers, Roermond / Unieboek N.V., Bussum, 1971.

Eerder artikel

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Vruchtbaarheid van openheid’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/06/14/vruchtbaarheid-van-openheid/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (14 juni 2016).

Annotatie

Drs. Leander P. TIjdhof, ‘Goedheid als wezen van contact’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/07/03/goedheid-als-wezen-van-contact/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (3 juli 2016).

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht