Menu Home

Aanraking als aanzien in zien

Notities voor haptonomie en haptotherapie op basis van ‘Autrement qu’être, ou, Au-delà de l’essence’ (‘Anders dan zijn’, 1974) van Emmanuel Levinas

Leestijd ruim 12 minuten

Het werk ‘Anders dan zijn’ van Emmanuel Levinas (1906-1995) geldt als één van de hoofdwerken van de filosoof. Weliswaar door velen ervaren als zeer ingewikkeld kan uitgerekend deze studie van Levinas vanuit een haptonomisch perspectief als belangrijke literatuur gelden. Dit samenvattende artikel kan uiteraard ook andere perspectieven en benaderingen dienen. Toch is het met de uitwerking door Levinas van het thema ‘nabijheid’ dat de filosoof thuishoort in de wetenschappelijke haptonomie en tot een haptotherapeutisch kader van vandaag de dag behoort.

Door Leander Tijdhof

‘Anders dan zijn’ moet ongezegd gemaakt waarmee anders dan zijn tevoorschijn komt

In een eerste afbakening van zijn werk ‘Anders dan zijn’ verwijst Emmanuel Levinas naar een rol van taal. ‘Anders dan zijn’ is een formulering, een zegging stelt hij, die ook ongezegd moet worden gemaakt. Alleen op die manier komt een anders dan zijn tevoorschijn. In het gezegde, opgevat als dat wat ergens over wordt gezegd, kan anders dan zijn immers al gauw niets dan een anders dan zijn betekenen. In zijn werk ‘Anders dan zijn’ maakt Levinas consequent een onderscheid tussen zegging en gezegde.

Levinas bakent zijn werk bovendien af binnen en buiten de contouren van de hedendaagse filosofie. Het scepticisme in de filosofie, hier opgevat als principieel scepticisme, verhoudt zich niet tot eigen logica. Wanneer scepticisme komt opzetten betekent het dat een vermeende tegenstrijdigheid die gezien wordt zelf een tegenstrijdigheid ontbeert, betoogt de filosoof. Terwijl juist de dubbelzinnigheid leidt tot een betekenis buiten de synchronie, hier opgevat als buiten een punt in de tijd, die voorbij gaat aan het wezen. Want al wat menselijkerwijs ooit plaatshad heeft nooit binnen zijn plaats besloten kunnen blijven, stelt hij.

Subjectiviteit is verknoping en ontknoping waarmee verantwoordelijkheid ontstaat

Onze subjectiviteit (subject-iviteit) houdt bij Levinas in ‘Anders dan zijn’ een aan elkaar vastraken in. Dit proces kan plaatsvinden in een verknoping en een ontknoping. In de subjectieve relatie ontstaat daarom een verantwoordelijkheid zoals voor de ellende en misstappen van anderen. Het gaat hier volgens de filosoof om een verantwoordelijkheid die nooit zonder mijn inzet begonnen kon worden. En door mijn inzet raakt mijn verantwoordelijkheid onbegrensd. Het is een verantwoordelijkheid die voor mijn vrijheid komt en uit een voor of voorbij het wezen komt en daarmee altijd aanwezig lijkt.

Een onbegrensde verantwoordelijkheid heeft te maken met het begrip illeïteit. Het houdt in dat we een wezen, een verschijnsel, aangaan zonder zich met een gezamenlijkheid in te laten. Dit benoemt Levinas als raadselachtig in onze oneindige verantwoordelijkheid jegens de ander. De illeïteit aan weerszijden van het zijn houdt dan ook in dat de komst van de ander een weggaan is dat mij naar mijn naaste een beweging laat voltrekken. In die beweging huist de oneindige verantwoordelijkheid.

Subjectiviteit zonder terughoudendheid geeft ethische relatie

Een subjectiviteit zonder enige terughoudendheid ziet Levinas als zeer betekenisvol in de menselijke, ethische relatie. Het is immers de oprechtheid van het opgedragen zijn aan de ander dat een zegging vormt. In die zegging wordt oprechtheid verwerkelijkt. Omdat een gezegde de oprechtheid van de zegging doet verstommen haalt geen gezegde het bij de oprechtheid van de zegging, zo legt de filosoof in zijn werk vast.

In aanraking verschijnt nabijheid waarin subjectiviteit niet gereduceerd wordt tot bewustzijn

De westerse filosofie gaat ervan uit dat onze spiritualiteit gelegen is in ons bewustzijn als een onderdeel van ‘zijn’ en ‘weten’ die met een beeldvorming gepaard gaan. Daarbij is niet voorzien in nabijheid en aanraking. Juist aanraking zorgt ervoor dat onze subjectiviteit niet gereduceerd kan worden tot thematisering en bewustzijn. En nabijheid verschijnt steeds in de vorm van een relatie met de ander die eveneens niet in beelden en schematisch uiteengezet kan worden.

Wanneer ons ‘ik’ niet verschijnt aan ons ‘zich’ maar zich offert kan er volgens Levinas van communicatie sprake zijn. Bij een aan zich verschijnen waarin het ik met zichzelf kan samenvallen kan daarvan dan ook geen sprake zijn. Zich in een communicatie uiten mag dan wel een zich openstellen heten maar die openstelling is nooit volledig wanneer wij op erkenning uit zijn. Communicatie is volgens de filosoof alleen mogelijk in een opoffering die een toenadering is en daarmee een nabijheid vormt tot de ander voor wie verantwoordelijkheid bestaat.

Communicatie is een opoffering als een toenadering die nabijheid vormt tot de ander waarvoor verantwoordelijkheid bestaat

Wanneer de ander aan het ik, aan mij, opvalt houdt die zich op in mijn nabijheid. Daarbij stel ik mij de vraag wie de ander is. Wat de ander behelst is een vraag die buiten mijn nabijheid ligt. Daarom behelst het andere in het zelfde in onze subjectiviteit een onrust binnen het zelfde dat steeds door het andere verontrust wordt. Het is als een knoop die tot subjectiviteit wordt geknoopt waarin een verknochtheid van het zelfde aan het andere bestaat.

Nadering van de ander in een nabijheid bepaalt de zegging

De nadering van de naaste is bepalend voor de zegging. Met de zegging geven wij de ander een betekenisvolheid. In de zegging verwoorden wij onze relatie met de naaste en vormt daarmee een verantwoording voor die ander. Wat met ermee gedaan kan worden hangt van de ander af van waaruit een oncontroleerbare vrijheid van de ander duidelijk wordt. Daarin ontstaat bij de ander een vermoeden van wat Levinas betitelt als een ‘uiterste passiviteit’. In het blootstellen aan een ander als een eerste ‘zeggings-akt’ bevond zich al een eerste passiviteit, verhaalt de filosoof. Zegging ontstaat door engagement maar verwijst daar niet naar. Om die reden is zegging geen bewustzijn-van. Het is het engagement dat de zegging vooronderstelt.

Ons bewustzijn van een vermogen, van een haalbaarheid of van een vrijheid raakt een notie van nabijheid steeds kwijt. In ons bewustzijn wordt in die situaties enkel getipt aan ons begrip van nabijheid en zo wordt die nabijheid niet gethematiseerd. Omdat we niet bezig zijn met nabijheid moet daaruit wel volgen dat het andere steeds tot een bezetenheid leidt van het zelfde.

Nabijheid zorgt voor verdwijnende uniciteit

Het is dan ook niet verwonderlijk dat nabijheid ervoor zorgt dat uniciteit verdwijnt. Het uniek-zijn is het andere in het zelfde en benoemt Emmanuel Levinas als psychisme. Als een gijzelaar van de ander in de substitutie gaat ‘mijn’ zijn eraan en niet het zijn van een ander. Door de plaatsvervanging word ik niet iemand anders maar blijf ik mijzelf. Subjectiviteit is een gijzelaarschap, stelt de filosoof vast. Gekoppeld aan het begrip uniciteit stelt hij dat ‘anders dan zijn’ een ontspanning is die zwaarder dan ‘zijn’ weegt. Uniciteit houdt immers een onmogelijkheid in om zich te onttrekken en te laten vervangen. Zo raakt het ik met zichzelf in de knoop met alle gevolgen van dien.

Het voelen bestaat uit genieting en kwetsing

Met een verstek laten gaan of het aflaten van de identiteit van ‘het ik’ laat gevoeligheid zich zien. Hier is dan ook, zo schrijft Emmanuel Levinas, een subjectiviteit van het subject aan de orde. Een substitutie aan de ander vanuit een kwetsbaarheid en het blootstaan aan kwetsing heeft te maken met de genoemde subjectiviteit van het subject. Uit de kwetsbaarheid waarin de-een-voor-de-ander is ontstaat inspiratie en kan psychisme ontstaan. De blootstelling aan de ander zonder een aanvaarding van die blootstelling benoemt de filosoof als een passievere passiviteit.

Het voelen is het best te omschrijven in termen van genieting en kwetsing. Die benoemt de filosoof als de termen van de nabijheid. Dat onze gevoeligheid deel kan uitmaken van ons weten is geen bijkomstigheid ervan omdat het gevoel een vast onderdeel daarvan is. In onze verantwoordelijkheid binnen de nabijheid ontstaat een zekere ongerustheid. In die ongerustheid vinden we onze motivatie voor de cognitieve functie van het gevoelsvermogen.

Ons bewustzijn over de bezetenheid ontstaat in de zwangerschap

Onze gevoeligheid kan overgaan in betasten, aftasten, een bewustzijn-van en ontsluiting zoals in zwangerschap, kwetsbaarheid, verantwoordelijkheid en aanraken. Daarbij gaat de gevoeligheid over een een puur kennen waarvoor wij onze beelden halen uit een ‘ongerept zijn’. Vanuit een tastbare watheid van de dingen ontstaat onze kennis. Een zintuiglijke ervaring als bezeten door de ander vinden we terug in zwangerschap. Daarin begint ons bewustzijn over de bezetenheid.

Het zintuiglijke aspect van onze communicatie hoort volgens Emmanuel Levinas tot de orde van het gezegde. In deze stellingname van de filosoof speelt het begrip idealiteit een belangrijke rol. En wat eenmaal gekend is wordt gevoelloos gemaakt en in verband gebracht met universele kennis die we al hebben. Een gevoel is niet alleen in verband te brengen met kennis krijgen over iets. Het kan ook een ontdekking betekenen. Hierin wordt het gevoel een ervaring, een bewustzijn van iets dat plaats kan vinden voor een uiteenzetting begint van wat uiteindelijk wordt gesteld. Zo is de aanvang van een betoog om altijd weer in gevoel te eindigen. Daarmee is de betekenis van een betoog steeds de gevoeligheid zelf.

Als een subject geen greep meer heeft op de subjectiviteit ontstaat pijn. Tegenspoed, zoals die ook uit toeneming van schuld kan ontstaan, die samengebald wordt in lichamelijkheid maakt een mens vatbaar voor pijn. Pijn steekt op in een gevoeligheid die eerder werd ervaren als een welbehagen en genieting. In die gevoeligheid staat pijn voor een zijn ondanks een zijn en daarmee is nooit sprake van een zuiver ondergaan van pijn. Met een inbreuk op genieting zorgt pijn ervoor dat het subject langzaam van zichzelf losscheurt.

Inademing is een teruggaan naar onszelf door de aanspraak van de ander

In ons vel zitten heeft volgens Levinas niets te maken met in onszelf zijn. De uitdrukking heeft vooral te maken met de tijd tussen in- en uitademing. Inademing wordt beschouwd als een samentrekking terwijl uitademing als een openspringen wordt gezien. Daarbij is de inademing een teruggang naar zichzelf door een onweersprekelijke aanspraak van de ander als een plicht die aan ons eigen zijn te boven gaat. Die vorm van teruggang maakt weer een geven naar de ander mogelijk. Er kan alleen een ‘in zich’ ontstaan dankzij anderen. Hierin schuilt het psychisme van de filosoof en zo overtreft het wezen van het zijn zichzelf: een inspiratie door aan zichzelf voorbij te gaan.

Door in- en uitademing raken onze activiteit en passiviteit in elkaar verstrengeld. Daaruit ontstaat een mogelijkheid om ons te stellen op de plek van de ander. Die plaats wijst ons weer op een overdracht van ‘door de ander’ naar ‘voor de ander’. Die mogelijkheid is de substitutie. Levinas benoemt deze plaatsvervanging als een onderdeel van goedheid in communicatie.

In onze ademhaling vinden we transcendentie. Opgevat als een overstijging, een naar buiten gaan van onszelf wordt transcendentie pas zinvol geopenbaard in een relatie met de ander. In de nabijheid is de naaste verantwoordelijk en die substitueert zich binnen de transcendentie aan de ander. Het anders zijn van de ander is dus geen andersheid. Het anders zijn van de ander is volgens Levinas de oorspronkelijke uitnemendheid. ‘Ander’ betekent nieuwheid in zijn: het anders dan zijn. Zonder een nabijheid van de ander wordt alles opgenomen in het zijn en raakt alles als het ware daarin ingemetseld.

Het anders zijn van de ander is geen andersheid maar uitnemendheid

Het eerdergenoemde psychisme van Levinas maakt zich los of raakt los van identiteit. Dit komt omdat het-zelfde ervan wordt weerhouden om met zichzelf te kunnen samenvallen. Daarbij wordt het-zelfde als het ware uit de rust geleurd en bevindt het zich in een gebied tussen slaap en slapeloosheid. Met dit afzien van het zelf in ons psychisme worden we voluit verantwoordelijk voor de ander en stellen wij ons ten dienste aan die ander. Het psychisme vormt het andere in mij en alleen zo ontstaat volgens de filosoof bezieling in onze waarneming en ons gevoel.

Bezieling in het psychisme geeft een relatie weer tussen termen die niet bij elkaar horen waarmee een teken afgegeven wordt van een niet-onverschilligheid. Een ‘bezield lichaam’ vormt dan ook de betekenisvolheid van deze niet-onverschilligheid. De bezieldheid staat bloot aan de ander in een kwetsbaarheid en die lijkt een oorsprong te hebben in het moederschap. Onze gevoeligheid geeft van de kwetsbaarheid een teken af en de genieting is daarin volgens Levinas een onmisbaar moment. Het onmiddellijke karakter van ons voelen zoekt de filosoof in de directheid van de genieting en de belemmering tot die genieting.

Zonder aangrenzend deel in nabijheid blijft aanraking onbegrijpelijk

Aanraking laat zich aanzien in elk zien. Dat wat zichtbaar is laat zich immers bekijken zoals het hoorbare zich laat beluisteren. Omdat aanraking zich laat aanzien in elk zien volgt daaruit dat aanraking geen openheid is voor het ‘zijn’. Aanraking staat volgens Levinas wel bloot aan ‘zijn’ waarin de nabijheid een betekenis heeft als nabijheid en geen beleving ervan is. Zonder een besef van een aangrenzend deel in onze nabijheid blijven aanraking maar ook toenadering en nabuurschap waarschijnlijk onbegrijpelijk.

De nabijheid is alleen te beschrijven als het subject zich houdt in de eigenlijke subjectiviteit en er dus geen samensmelting ontstaat tussen subjecten. Daaruit moet wel volgen dat aanraking niet erop gericht is om een andersheid teniet te doen of mijzelf in een aanraking met een ander weg te maken. Omdat de ander de ander is en blijft houdt de gemeenschap tussen ons een verplichting in tot de ander.

Onze huid is een wijkend deel tussen zichtbaarheid en onzichtbaarheid

Het aangezicht in de vorm van huid is geen beschermlaag van het organisme. De huid is ook geen oppervlak van een zijnde. De huid beschrijft Levinas als een wijkend deel tussen dat wat zichtbaar en onzichtbaar is. In een liefkozing zijn we immers op zoek naar wat er is alsof het er niet zou zijn. De aanraking van de huid is ook een nabijheid van het aangezicht, het is dus verantwoordelijkheid, het is als een door de ander bezeten zijn en het zijn als van de ene voor de andere.

Hoe meer ik gehoor geef aan een zoektocht in nabijheid des te meer aansprakelijk word ik met een steeds groeiende schuldenlast dat leidt tot een een passivum. Het passivum, het lijden, vindt plaats in een plaatsvervanging en in een door Levinas ook elders beschreven oneindige verantwoordelijkheid.

Literatuur

Emmanuel Levinas, ‘Anders dan zijn – of het wezen voorbij’, Uitgeverij Ambo / Baarn, 1991.

Eerdere items

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Wie ik niet ben’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/05/30/wie-ik-niet-ben/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (30 mei 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Voordat ik ontluik’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/04/19/voordat-ik-ontluik/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (19 april 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontwikkeling als communicatie’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/03/22/ontwikkeling-als-communicatie/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (22 maart 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘De ander zo dichtbij’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/02/21/de-ander-zo-dichtbij/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 februari 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontvankelijkheid als verantwoordelijkheid’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/01/18/ontvankelijkheid-als-verantwoordelijkheid/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (18 januari 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Bekoring van erkenning’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/12/21/bekoring-van-erkenning/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 december 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Aanraken uit de leegte’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/11/07/aanraken-uit-de-leegte/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (7 november 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Daar waar spreken stopt’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/09/25/daar-waar-spreken-stopt/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (25 september 2015).

Jaap de Berg, ‘Emmanuel Levinas 1906 – 1995’, http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2641247/1995/12/27/Emmanuel-Levinas-1906—1995.dhtml, TROUW.NL (27/12/95).

France Guwy, ‘Jij die mij aanziet’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2015/08/31/emmanuel-levinas-jij-die-mij-aanziet/, televisieproductie, Hilversum (IKON) 1986.

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Aanraking als aanzien in zien’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/09/01/aanraking-als-aanzien-in-zien/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (1 september 2016).

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht