Menu Home

Hoe leven zich aan zichzelf geeft

Notities voor haptonomie en haptotherapie naar aanleiding van ‘Woorden van Christus’ van Michel Henry

Leestijd ruim 6 minuten

In deze samenvattende tekst van het werk ‘Woorden van Christus’ uit 2002 van Michel Henry worden onze autonomie en werkelijkheid zoals we die vaak ervaren wat gerelativeerd. Er wordt kennisgemaakt met een stelsel van begrippen die passen in het haptonomische kader en dat toepasbaar is in haptotherapie.

Door Leander Tijdhof

Eigenlijke werkelijkheid is lichamelijk

De dingen die ons omringen stellen we dienstbaar aan ons bestaan. De waarde van die dingen voor ons wordt bepaald door het lichamelijke, levende ‘ik’ aan de hand van die dienstbaarheid. Zo is onze wereld in het bereik van dat wat zichtbaar is.

De werkelijkheid van onze lichamelijkheid is daarentegen een niet-zichtbaar iets waarin zich handelingen voltrekken. Wat we daarvan kunnen zien is slechts het uitwendige deel van dat wat vanuit een levende lichamelijkheid ontstaat. In dat wat niet zichtbaar is speelt de eigenlijke werkelijkheid zich af.

Een pretentie van autonomie

Door wederkerigheid van communicatie met de wereld ontstaat onze pretentie van autonomie. De innerlijke verhouding van de mens tot het leven blijft daarbij uit beeld. Ook de verbanden tussen mensen onderling blijven dan uit zicht. Wanneer we beseffen dat ons bestaan berust op die onderlinge verbanden en de innerlijke relatie met dat wat verborgen is dan doet dit besef aan die pretentie af.

Als het lukt om het niet-zichtbare deel van het leven bloot te leggen kunnen we nagaan of er een ander spreken bestaat dan dat we elke dag doen. Onze taal van alledag benoemt Henry als onze wereldtaal. Die taal gaat ervan uit dat alles zich alleen kan voordoen in een wereld die als een zichtbaar universum wordt opgevat.

Het andere spreken en logos

Wat zich in wereldtaal niet voordoet blijft onbespreekbaar. Alleen dat kan zich in de wereldtaal tonen wat anders is dan wijzelf zijn. In onze uitwendige wereld staan dingen onverschillig tot elkaar als losse elementen die als aan elkaar gelijkwaardig worden ingeschaald. Wat er op het lege toneel van de uitwendige wereld verschijnt maakt voor de wereldtaal niets uit.

Dit uitwendige verschijnen werd door de oude Grieken aangeduid met de term ‘logos’. In het licht van de wereld verschijnen voor-werpen die ‘tegen-over’ dat licht staan. Maar het christendom hanteerde een andere logos die in ons leven zelf ligt besloten en als het ware inwendig in plaats van uitwendig verschijnt. In deze logos spreekt het leven van zichzelf en onze ervaring ermee blijkt onweerlegbaar.

Leven door het gevoelsleven bepaald

De onweerlegbaarheid van laatstgenoemde logos heeft te maken met ons gevoelsleven. Zo spreekt een lijden slechts tot ons als een lijden. Als we een stemming voelen wordt die slechts openbaar aan zichzelf. Daarin schuilt de zelfopenbaring waarbij Henry terecht concludeert dat er een ander spreken moet bestaan.

Kenmerkend voor dit spreken met zelfopenbaring als karakteristiek is dat het leven spreekt als een realiteit van het eerst levende zelf. Die realiteit treedt immers nooit buiten zichzelf omdat het leven anders ophoudt om zichzelf te ervaren. Niets kan het leven van zichzelf scheiden.

Leven is een feit dat uit zichzelf openbaart waarbij de zelfopenbaring als zodanig het leven beslaat. Volgens Henry toont het leven en ervaart het leven steeds zichzelf. Het leven blijft op deze manier bij zichzelf en veruiterlijkt zich niet. Het leven is dus niet iets wat van buitenaf te duiden is.

Radicale fenomenologie van immanentie

De duiding van buitenaf is het kenmerk van transcendentie. De fenomenologie van de zelfervaring van het leven is de – radicale – fenomenologie van immanentie. De fenomenologie is radicaal omdat steeds wordt bezien wat onder grond blijft. Radix betekent wortel. De immanentie treedt niet buiten zichzelf zoals bij transcendentie het geval is.

Immanent is het leven. In de eigenlijke werkelijkheid van ons zichtbare lichaam huist wat ons niet-zichtbare ‘vlees’ is. In dit ‘vlees’ huist de werkelijkheid van het gevoel. Het gevoel is een daarin subjectieve dynamiek die onze werkelijkheid maakt. Dit maakt de werkelijkheid in wezen subjectief terwijl de uiterlijke gestalte ervan slechts een verschijningsvorm is.

Gevoel maakt werkelijkheid die subjectief is

Vanuit onze innerlijke subjectiviteit zetten we lichamelijk vermogen in. We spannen ons dan in. Die inspanning ontspringt dan ook aan het ‘vlees’ van onze lichamelijkheid. Het uitoefenen van het vermogen waarmee we iets doen is alleen mogelijk voor wie ermee samenvalt. Zo ontstaat een persoonlijke vrijheid. In onze macht tot inzet van vermogens schuilt overigens evenzo radicale onmacht. Omdat we immers van macht bewust zijn is er onmacht.

Door subjectiviteit ontstaat vermogen

Kenmerkend voor het lichamelijke leven is dat het aan zichzelf nooit genoeg heeft. Dit leven kan zich niet aan zichzelf geven. Het heeft van alles nodig. Het lichaam verlangt en lijdt. Uit dit alles moet wel volgen dat het leven geen fundament in zichzelf kent.

In een vitaal zelf is het zoals het is

In het deel van ons leven dat niet zichtbaar is wordt vreugde door vreugde gevormd en lijden door lijden. Menselijke relaties zijn relaties. Alles vormt vitale delen in zichzelf. In dat wat voor ons niet zichtbaar is wordt de werkelijkheid van het leven altijd onmiddellijk ervaren zoals die is.

Met de onmiddellijke ervaring openbaart het leven zichzelf. Zo is bijvoorbeeld het eigene van het lijden dat het zichzelf voelt want het lijden kennen we alleen dankzij het lijden zelf. Het lijden openbaart zich in onze eigen affectiviteit als de gevoelslichamelijkheid van het ‘vlees’. Behalve in lijden geldt dit ook zo in vreugde, verdriet, verlangen, zorg, hoop en angst.

Onze taal van het leven staat lijnrecht tegenover die van de wereld. De taal van het leven is één is met wat het zegt. Er is ook geen sprake van liegen omdat de spraak gevoelsmatig spreekt. Het gesprokene is immanent. Die immanentie bevat geen verwijzing en is ook geen concept van mensentaal. Immanentie houdt affectiviteit zonder meer in; dat wil zeggen zonder enige uitwendigheid in de wereld.

Immanentie is affectiviteit zonder meer

De taal van het leven zelf is ouder dan de wereldtaal en blijft voortdurend in ons leven. Zo kan het dat we in wereldtaal betekenissen aan elkaar rijgen terwijl in ons binnenste al een ander woord viel. ‘De straat voor ons huis is opgebroken waardoor we niet verder kunnen’ gaat eigenlijk over het leven als een reactie op een behoefte.

De taal van het leven spreekt nimmer in de wereld. Daarom kan die taal dus ook niet in die wereld worden gehoord. We krijgen geen toegang tot het leven door het gebruik van onze zintuigen als toegangspoorten tot de wereld. De eigenlijke taal en het eigenlijke woord kunnen daarmee nooit van het leven gescheiden zijn.

In het werk van Michel Henry staat God met het leven gelijk. God is geen oorzaak van het leven en het leven is geen beeld van God. We hoeven nergens naar te streven en keren met de filosofie van Henry terug naar wat we eigenlijk vergeten zijn. Daaronder valt dat openbaring leven is.

Het leven geeft affectief aan zichzelf

Het is de zelfervaring wat leven tot leven maakt. De eigenlijke werkelijkheid van mensen wordt tot een affectieve werkelijkheid dankzij het principe van de werking van ons hart in de ‘condition humaine’: het is ons hart waarmee we onszelf kunnen ervaren.

Affectiviteit is dan ook de essentie van ons leven hier op de planeet. Waar volgens de oude Griekse filosofen de mens een rationeel wezen is heeft de Christelijke definitie van de mens als een affectief wezen met een ‘levend ik’ daar niets mee van doen. Het leven geeft zich affectief aan zichzelf.

Literatuur

Michel Henry, ‘Woorden van Christus’, Uitgeverij Van Warven, Kampen, 2016

Dankzegging

Dank aan haptotherapeut en publicist Wim Laumans

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Hoe leven zich aan zichzelf geeft’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2018/04/21/hoe-leven-zich-aan-zichzelf-geeft/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 april 2018)

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht