Menu Home

Een schets naar werkelijke presentie

Notities voor haptonomie naar aanleiding van ‘Als de graankorrel niet sterft’ van Ruud Welten

Leestijd ruim 4 minuten

Misschien doet het begrip ‘openbaring’ denken aan een verleden. Meestal is er een associatie met onderwerping aan één of andere god. Uit het laatste volgt dan dat de mens geen verantwoordelijkheid draagt voor het eigen handelen. Vanuit humanistisch perspectief gaat het bij openbaring erom een antwoord te vinden op de vraag hoe onze humaniteit wordt geopenbaard. De laatste betekenis wordt hier besproken.

Door Leander Tijdhof

Verandering van waarneming

Openbaring verandert onze waarneming. Die waarneming verschuift de fundamenten van onze ervaring van de wereld en dus van onszelf. Een nieuw inzicht zorgt ervoor dat er een nieuwe manier van kijken ontstaat die een oude waarneming vervangt.

Behalve verandering van waarneming legt openbaring een bron bloot die wordt benoemd als archè (van archeologie). Uit de archè volgt ‘telos’ dat doel betekent van waaruit de hedendaagse doelrationaliteit is ontstaan.

Openbaring verstoort en traumatiseert

Openbaring is onverwacht en kan dus geen onderdeel zijn van een kritische reflectie. Omdat wat waargenomen wordt niet uit onszelf voortkomt en ons verstoort is openbaring traumatiserend. De verstoring van onze zekerheid die op ‘telos’ is gebaseerd ontstaat omdat openbaring door het onverwachte element ervan plotseling focust op archè.

Openbaring openbaart zichzelf maar wij moeten ons inspannen om die te kunnen ontvangen. Pas als we de kennis opzij zetten die we middels telos hebben opgedaan kan archè worden onthuld. Openbaring vraagt dus eerder om een afbraak van kennis dan om een toename ervan.

Een openbaring in onze affectiviteit die een stem wordt van humaniteit komt voor in het werk van filosoof Emmanuel Levinas. Via het gelaat van de ander doen we in zijn filosofie de ervaring op dat ik de ander niet kan doden.

Affect is een openbaring van humaniteit

Humaniteit openbaart zich in een ontmoeting tussen mensen die er niet is als we elkaar als objecten zouden zien. De openbaring van humaniteit tussen subjecten is een affect. Het affect toont zich niet.

Vandaar dat Emmanuel Levinas over het gelaat van de ander schrijft en niet over de uitdrukking van het gezicht. Zo komt het werk van Levinas dichtbij dat van filosoof Michel Henry. Voor beide filosofen geldt dat het affect de bron van leven is.

Aanraking zelf is het affect

Met affect wordt gedoeld op aanraking zelf. Het gaat er daarbij niet om waardoor wij aangeraakt worden. Het gaat bij affect in onze immanentie dus niet over een voorstelling van het voelen maar het gaat om het voelen zelf. De immanentie is bovendien radicaal omdat affectie direct ervaren wordt zonder dat die kan worden benoemd.

Een affect van openbaring is het leven zelf. Leven kan immers worden opgevat als een pathos, als een geraakt worden. Dit kan in pijn, maar ook in genieten en erotiek. Het pathos wordt hier opgevat als openbaring van het leven aan zichzelf dat immanent blijft. Het gaat daarbij dus niet om een vermogen.

Het spreken van een affect zoals pijn is een ander spreken dan het spreken in symboliek. Het is een eigen taal die niet kan bestaan uit beschrijvende taal.

Het spreken van een affect is niet reflectief zoals reflectie zich toont in het oorspronkelijke Griekse denken waarop onze westerse samenleving gebaseerd is. Als grondslag van de westerse filosofie stelt het Griekse denken openbaring gelijk aan een zich tonen.

Zelfaffectie en authentiek contact

Leven is een zelfaffectie. Het leven ondergaat zichzelf en veruiterlijkt zich niet. Zo wordt een gevoel van rouw niet pas mogelijk nadat die veruiterlijkt is. Het leed van de rouw wordt daarmee niet gerepresenteerd.

Een gezamenlijke affectie, die van bijvoorbeeld rouw een gevolg is, wordt sympathie genoemd. Het contact tussen mensen over de rouw is een immanente beleving en daarmee geen resultaat van communicatie.

Immanente beleving is gekoppeld aan authentiek contact.

Werkelijke presentie of parousia

Het spreken in termen van immanentie, dus zonder representatie, is een radicale presentie. Dat wil zeggen dat er nimmer in symbolische termen gesproken wordt die door absentie ontstaan. Daarmee wordt radicale fenomenologie een filosofie van aanwezigheid en werkelijkheid en dus van leven op zich.

De volle aanwezigheid of de radicale presentie wordt aangeduid met het Griekse begrip ‘parousia’ als de fenomenologie van de werkelijke presentie.

We stelden al vast dat openbaring iets is dat ons spontaan toevalt en aanraakt. Het Griekse begrip ‘tuchè’ duidt op het proces van toevallen en het kan duidelijk zijn dat het begrip verwant is aan het Franse ‘toucher’. Tuchè en toucher zijn een verstoring van ons georganiseerde ik.

Ontwaken uit het zijn

Een verstoring van het georganiseerde ik leidt tot kwetsuur. Voor de vorming van onze ethiek is die kwetsuur, stelde filosoof Emmanuel Levinas al vast, een noodzakelijke voorwaarde.

Daarbij is kwetsbaarheid geen eigenschap van de mens maar een mogelijkheid te worden verwond of getraumatiseerd.

Om geraakt te kunnen worden door het beroep van de ander op mij moet ik ontwaken uit mijn eigen zijn. Zo is elk affect traumatisch. Aan elk mens en aan elke menselijke relatie ligt een traumatisering door affectiviteit ten grondslag.

Literatuur

Ruud Welten, ‘Als de graankorrel niet sterft – Een filosofische archeologie van openbaring’, Uitgeverij Klement, Zoetermeer, 2016

Dankzegging

Dank aan haptotherapeut en publicist Wim Laumans

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Een schets naar werkelijke presentie’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2018/05/29/een-schets-naar-werkelijke-presentie/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (29 mei 2018)

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht