Menu Home

Hoe de empathie ons kiest

Notities voor de bewegingswetenschappen uit ‘Het empathisch teveel – Op naar een werkbare onverschilligheid’ door Ignaas Devisch

Leestijd ruim 3 minuten

Ons gedrag vinden we vaak ingewikkeld en daarvan is ons empathisch vermogen ook zeker complex, zo blijkt uit de analyse van filosoof Ignaas Devisch. Alleen al een vermeende keuze om empatisch te zijn of niet kan bij menigeen leiden tot grote ingewikkeldheden. In deze bijdrage gaan we de complexiteit te lijf door het begrip empathie te bespreken mede aan de hand van noodzakelijke begrenzingen ervan.

Door Leander Tijdhof

Empathie is invoelend vermogen

Het begrip empathie gaat terug op het Griekse ‘empatheia’ dat een van binnen (‘en’) geaffecteerd (‘pathos’) zijn betekent. Het is als een aangedaan zijn door wat er in de ander omgaat. Empatheia kunnen we onderscheiden van sympatheia en apatheia. Sympatheia houdt meeleven met de ander in. In apatheia laten we ons niet leiden door affecties en passies.

Empathie heeft te maken met invoelend vermogen. Het eigen en andere ‘ik’ is nodig om in een betrokkenheid met elkaar een ervaring van empathie mogelijk te maken, stelde filosofe Edith Stein in 1917 al vast. Ons ‘ik’ kan iets ervaren omdat er bij de ander iets wordt ervaren. Zo kan geluk van de ander voor mij gaan gelden. Zonder één te worden met de ander kruip ik in de huid ervan. Voor empathie geldt dus de eis dat de ander aan mij verschijnt.

De ander verschijnt aan mij

Bovendien moet er naast een verschijnen sprake zijn van een ‘inzoom-effect’ op de ander. Die moet de aandacht trekken en dus moet er wel sprake zijn van een levendigheid. Om empathie te ontwikkelen is er ook een besef nodig van een uniciteit in de gebeurtenis. Ons inlevingsvermogen blijkt bovendien vooral te gaan werken als we de ander als onschuldig beschouwen. Over de onschuldige blik van de ander die ons iets kan doen verhaalt filosoof Emmanuel Levinas in zijn scherpe analyses.

We kiezen er niet bewust voor om empathisch te zijn. Het lijkt er eerder op dat de vaardigheid van empathie ons kiest. Empathie kan leiden tot selectief gedrag. Zo gaat bij een onschuldig slachtoffer van iets onze empathie gemakkelijk aan het werk. Maar als een slachtoffer schuldig aan iets blijkt te zijn verlopen onze gevoelens van empathie stukken ingewikkelder.

Een voorwaardelijke solidariteit

Empathie komt voort uit voorwaardelijke solidariteit. Wanneer de ander geen onschuldig slachtoffer meer is en dus ambivalentie vertoont maakt empathie snel plaats voor verontwaardiging en woede. Zo hebben wij een belangrijke begrenzing van ons invoelende vermogen. Het is een begrenzing die ontstaat vanuit onze morele ambivalentie. Het is als wat natuur doet in die omstandigheden waarin met gedragsalternatieven gehandeld moet worden.

Hoewel empathie relationeel is door onze betrokkenheid bij de gevoelens en gedachten van anderen hoeft dit niet te betekenen dat we het beste met de ander voorhebben. In empathie voelen we slechts wat we denken dat anderen voelen. Bovendien kan een in de huid kruipen behalve invoeling uiteindelijk leiden tot afkeer, manipulatie en ook moraliteit die gepast of ongepast blijkt.

Empathie wordt op de proef gesteld

Onze empathie is begrensd want hoe meer we op invoelingsvermogen worden aangesproken hoe meer het vermogen op de proef gesteld wordt. Het is nodig dat we onszelf van aandacht voorzien om die aandacht aan anderen te kunnen geven.

De empathie is ook begrensd door partialiteit. Vanuit onze betrokkenheid behandelen we immers sommigen beter dan anderen. Wanneer we onze empathie laten gelden zullen we naasten zeer waarschijnlijk bevoordelen ten opzicht van vreemden. Deze begrenzing vraagt om een werkbare onverschilligheid waarin voor ieder hetzelfde zou kunnen gelden.

De kracht van de verbinding

Empathie kan nooit gelden als een verdeelmechanisme zoals die maatschappelijk weleens ingevuld wordt. Daarentegen kan de vaardigheid ons goed van pas komen. Empathie helpt verbinding aan te gaan waarmee we een goed sociaal leven kunnen hebben. De eigenschap verschaft toegang tot de ander. Maar om de maatschappij te laten functioneren is er vanuit solidariteit en rechtvaardigheid een werkbare onverschilligheid nodig waarmee middelen worden verdeeld.

Literatuur

Ignaas Devisch, ‘Het empathisch teveel – Op naar een werkbare onverschilligheid’, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2017

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Hoe de empathie ons kiest’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2018/07/02/hoe-de-empathie-ons-kiest/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (2 juli 2018).

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht