Menu Home

Waarom wuiven naar de zon geen regen brengt

Notities voor de bewegingswetenschappen uit ‘De angst voor vrijheid’ (1941) van Erich Fromm

Leestijd ruim 6 minuten

In ‘De angst voor vrijheid’ wordt een analyse gepresenteerd op basis van de verhouding van de mens tot de wereld. Daarin is de maatschappij voor de psychologie zowel onderdrukkend als scheppend en zo ontwikkelen mensen zich tot een cultureel product. Dit product volgt uit aanpassing van de menselijke natuur aan de maatschappelijke structuur die van invloed is op ons denken, voelen en handelen.

Door Leander Tijdhof

De machteloosheid van alleen voelen

Angst voor vrijheid heeft niet alleen te maken met het individu maar ook met een sociale kortsluiting. Die kortsluiting is een blokkade in de relatie tussen het individu en de maatschappijvorm waarin geleefd wordt. Angst voor eenzaamheid en verantwoordelijkheid zorgen ervoor dat kortsluiting kan ontstaan. Leven in een complexe maatschappij brengt noodzaak tot het nemen van verantwoordelijkheid met zich mee.

Voortschrijdende alleenwording, die we mede onder invloed van sociale kortsluiting kunnen doormaken, wekt gevoelens in de hand van angst en machteloosheid. Die gevoelens kunnen ontstaan omdat de wereld door ons als sterk en machtig wordt ervaren. Eenmaal volwassen geworden staan wij ten opzichte van de wereld alleen. Dit is een proces van individuatie dat onomkeerbaar is.

Eenzaamheid en machteloosheid verbloemen we onder dagelijkse bezigheden, zelfbevestiging, oppervlakkige omgang en het zoeken naar bijval in persoonlijke en maatschappelijke relaties. Dit moeten wij wel doen omdat onze persoonlijke realiteit te beangstigend is. Maar dit wuiven naar de zon brengt ons nog geen regen.

Vluchtgedragingen uit de machteloze eenzaamheid

Een reactie op angst en machteloosheid kan bestaan uit vluchtgedrag. Erich Fromm beschrijft daarvan drie vormen die van cultureel belang zijn en ervan uitgaan dat psychologische groepsprocessen een oorsprong hebben in het individu. De psycholoog en filosoof benoemt autoritarisme, destructivisme en automatisch conformisme als vluchtgedragingen.

Nooit zonder de ander of het andere: autoritarisme

Autoritarisme benoemt Fromm als de wil tot het samensmelten met een ander waarmee kracht zou worden verkregen die zelf gemist wordt. Onderwerping en overheersing zijn daarvan voorbeelden. Centraal in autoritarisme staat een vlucht voor het eigenlijke zelf. Het is de zoektocht naar nieuwe zekerheid die een symbiose met de ander schept. Behalve via openlijk gezag kan symbiose tot stand komen via anoniem gezag zoals dat wat onder de noemers ‘gezond verstand’ of ‘normaal’ dikwijls gebezigd wordt. Wie of wat het dan ook is: in autoritarisme blijft een individu immer gebonden aan een ‘magische helper’.

Vernietiging van de ander of het andere: destructivisme

Destructivisme houdt de vernietiging van het andere of van de ander in. Gaat het bij autoritarisme om symbiose en annexatie van de ander of het andere; bij destructivisme geldt enkel de vernietiging ervan. Destructivisme kan een gevolg zijn van een leven dat ongeleefd is gebleven. Het valt namelijk op dat hoe sterker een belemmering tot een volledig leven individueel gevoeld wordt, hoe sterker de drift tot vernietiging in een individu zich kan ontwikkelen.

Ontstaan van het pseudo-zelf: automatisch conformisme

Automatisch conformisme heeft te maken met de gevoelens en de gedachten van buitenaf die door ons desondanks als eigen gevoelens en gedachten worden beschouwd. Op die manier wordt ons denken tot een pseudo-denken omdat dit denken niet geheel van onszelf is, ons voelen een pseudo-voelen en ons willen tot een pseudo-willen. Deze pseudo-gedragingen zijn onderdelen van een pseudo-zelf. Maar ook eigen gevoelens en gedachten die worden onderdrukt en daarmee ophouden onderdeel te zijn van een individu horen tot ons proces van automatisch conformisme.

Besef van individualiteit leidt komst wanhoop in

Het besef van individualiteit bestaat nog niet zo lang. In de middeleeuwen zag men zich nog niet zozeer als een individu. Hoogstens zagen mensen zich als vervuller van een natuurlijke, maatschappelijke rol. De samenleving schonk mensen daarmee zekerheid van een vastgetekende rol. Pas in de Renaissance ontstond het eerste individu zoals wij dat nu kennen. Geschriften uit die tijd spreken behalve van kracht over onzekerheid en wanhoop die gekoppeld zijn aan het besef van individualiteit.

Omdat de economie zich in de Renaissance sterk ontwikkelde ontstond in die periode een individueel besef van doelmatigheid. Zelfs iedere minuut kreeg waarde voor het individu. Al in de zestiende eeuw luidden er klokken om het kwartier. Door de komst van de individuele concurrentie om kapitaal te kunnen verdelen werden behalve kracht twijfel en wanhoop gevoed.

In de daarop voortschrijdende ontwikkeling is de wereld door toenemend instrumentalisme onverschillig geraakt. Zo gebruiken werkgever en werknemer elkaar voor een economisch belang (wat uit een term als ‘arbeidsmarkt’ blijkt) zoals ook tussen een zakenman en een klant een economisch belang centraal is komen te staan. Persoonlijke verhoudingen worden op die manier geofferd aan instrumentele verhoudingen en daarmee worden we een werktuig in handen van anderen die machtiger zijn dan wij. Die situatie maakt onzeker en gejaagd.

De twijfel verstommen kenmerkt geschiedenis van de vrijheid

Pogingen om onze twijfel te laten verstommen kenmerken onze geschiedenis van de vrijheid. Twijfel zal blijven bestaan als we een negatieve vrijheid niet naar een positieve vrijheid kunnen ombuigen. Door als een bezetene te streven naar succes, een geloof in onbeperkte feitenkennis of onderwerping aan de ander wordt twijfel immers maar voor een deel gesmoord. Die vorm van negatieve vrijheid gevoed door twijfel zal nooit weg zijn als we niet de eenzaamheid te boven komen zodat onze plek in de wereld zin krijgt. Dit laatste vraagt inzicht ten aanzien van onze innerlijke weerstanden waarvoor we dikwijls blind zijn.

Vrijheid is de verwezenlijking van een persoonlijk zelf

Terwijl we ons hebben bevrijd van een pre-individualistische samenleving, die ons knevelde maar wel zekerheid gaf, maakt de moderne vrijheid eenzaam en machteloos. Aan een positieve vorm van vrijheid ontbreekt het, stelt Fromm. In zijn betekenis van vrijheid is er sprake van een verwezenlijking van een persoonlijk zelf gekoppeld aan de mogelijkheid tot expressie van intellectuele, emotionele en zinnelijke mogelijkheden.

De menselijke vrijheid is tweeledig. Voordat we daadwerkelijk individueel bestaan zijn er primaire bindingen. Die hebben we via de navelstreng en de gemeenschap in bijvoorbeeld een stam, de natuur, de kerk of een maatschappelijke stand. Als mensen ontworteld weten aan die bindingen is er een vrijheid die op basis van het eigen handelen ontstaat. De grenzen aan die vrijheid worden vooral bepaald door maatschappelijke omstandigheden en voorwaarden. Elke maatschappij heeft een grens aan individualisme die geen gewoon individu kan overschrijden.

Moderne cultuur leidt tot een persoonlijk rookgordijn

In onze cultuur wordt in de opvoeding van kinderen spontaniteit vernietigd omdat die de neiging tot aanpassing van voelen, denken en handelen bevordert. De verdringing van de spontaniteit en tegelijkertijd de ontplooiing van de persoonlijkheid beginnen al vroeg na de geboorte. Gevoels- en gedragsuitingen geeft het kind op; eindigend met het hele gevoel en gedrag dat het ooit had. Dit gevoel wordt vervangen door gedragingen en gevoelens te koesteren die het kind eerder nooit had, zoals voor iedereen vriendelijk zijn. Zo ontstaat een persoonlijk rookgordijn.

Het is de eerder beschreven verdringing van het oorspronkelijke gedrag die ons verzwakt. We worden onzeker en machteloos en zo worden we robots die de illusie koesteren van zelfsturing. Door de aanpassing aan anderen wordt twijfel over onze identiteit tot zwijgen gebracht ten koste van individualiteit en spontaniteit.

Vrijheid betekent een opnieuw verbinden tot de wereld

Wij mensen willen verbonden blijven met onze buitenwereld. Die menselijke behoefte lijkt niet zozeer geworteld in lichamelijke processen maar eerder om te ontkomen aan eenzaamheid, schrijft de psycholoog en filosoof in de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Een gevoel van isolement leidt in zijn optiek tot geestelijke ontbinding. Een volwassen mens kan immers niet leven zonder een vorm van samenwerken zoals een kind ons duidelijk laat zien.

Omdat we onze vrijheid steeds meer blijken te verwerven naarmate we meer en meer losstaan van medemens en natuur hebben we geen andere mogelijkheid dan ons opnieuw met de wereld te verbinden. Dit kan alleen in een situatie die Erich Fromm betitelt als een ‘vrije oorspronkelijkheid’. Tegenover die vrije oorspronkelijkheid staat een starre zekerheid die onze vrijheid kapot kan maken.

Literatuur

Erich Fromm, ‘De angst voor vrijheid’, uitg. Erven J. Bijleveld, Utrecht, 2013

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Waarom wuiven naar de zon geen regen brengt’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2018/09/22/waarom-wuiven-naar-de-zon-geen-regen-brengt/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (22 september 2018).

Categorieën:Geen categorie

Stichting Hapsis Utrecht