De lichamelijkheid van de innerlijke beweging

Notities ten behoeve van de bewegingswetenschappen naar aanleiding van ‘Van zichzelf bevrijd – Levinas over transcendentie en nabijheid’ van Renée van Riessen

Leestijd ruim 5 minuten

De filosofie van Emmanuel Levinas (1906-1995) kunnen we beschouwen als de beweging van het vertrouwde naar het onbekende. Elke nieuwe ervaring van de mens wordt daarbij niet ingepast in ervaringen die eerder werden opgedaan. Zo, stelde Levinas vast, keert een beweging dus nooit naar zichzelf terug. Omdat een beweging nooit naar zichzelf terugkeert wordt die oneindig. En zo ontstaat ons gevoel van loslaten en bevrijding. Dankzij loslaten en bevrijding kan een mens met een zekere waarheidsgetrouwheid naar zichzelf kijken. Kenmerkend voor de basis van het proces van bevrijding is dat die relationeel is. Geheel op zichzelf krijgt een individu dit niet gedaan.

Door Leander Tijdhof

Omdat nieuwe ervaringen niet kunnen worden ingepast bij onze oude ervaringen blijven ze altijd nieuw. Zo kan het dat de filosofie van Emmanuel Levinas inhoudelijk aansluit bij die van filosofe Hannah Arendt. Daarbij stelt Levinas dat als we geboren worden wij ons losmaken van een onvrije verbinding. Van daaruit wordt door de nieuwe mens een verhouding tot zichzelf gemaakt en wordt, eerder zichzelf bevindend in het moment, een relatie met de tijd aangegaan. Daarmee ontstaat een vrijheid die steeds opnieuw kan beginnen waarmee het oneindige verloop van de tijd wordt onderbroken.

Nabijheid is nodig voor vrijheid

Om vrijheid te kunnen voelen moet ieder uit een opgeslotenheid komen. Lichamelijke nabijheid noemt Levinas daarvoor als een belangrijke voorwaarde. Erotiek is daarvoor één van de kansen, zo stelt de filosoof vast. Kenmerkend voor de communicatie in erotiek is dat die mysterieus blijft waaruit een zekere schroom ontstaat. Daardoor blijft de uitoefening van macht beperkt zodat vrijheid kan ontstaan en de liefde ieder kan overspoelen. Ondanks de twee-eenheid in de relatie blijft de erotische ander altijd anders.

Contact met de ander is een verstoring

Behalve erotiek kan ook de dood uitnodigen om uit opgeslotenheid te komen. De dood heeft iets anders in zich dat in vergelijking tot leven van een compleet andere orde is. Erotiek en de dood hebben een bevrijdende werking waarbij alleen de manier waarop verschilt. Hoe dan ook is naast erotiek en de dood ook ethiek een verstoorder van onze rust omdat ook die ons bezig blijft houden. Een verstoring ontstaat bij elk contact met de ander. Er ontstaat daaruit een opening naar het goede waarmee een toekomst ontstaat voor de goedheid.

Een breuk met de orde is een kans

Dat wat ons daarentegen kwaad doet geldt als een grote inbreuk op onze orde en rust. Het kan gaan om bijvoorbeeld een oorlog, overstroming of epidemie. In de gevoelde tegenstelling bij de inbreuk ontstaat transcendentie. Nadat harmonie wordt verstoord wordt daarop een verbinding gemaakt met dat wat van buiten onze harmonieuze orde is. De breuk met die orde geldt als een kans. Die kans dringt zich op met een ontlediging van de mens waarmee die van zichzelf wordt bevrijd.

Ontvankelijkheid en verantwoordelijkheid huizen in lichamelijkheid

De ontvankelijkheid voor wat er aan de hand is geldt als basis voor verantwoordelijkheid. Ontvankelijkheid en verantwoordelijkheid huizen in de zintuiglijkheid van de mens. Die lichamelijkheid doet een mens ‘zijn’ terwijl het ik van de mens ook deel heeft aan wat ‘anders dan zijn’ is. In het lichaam kan de mens zichzelf geven, gebroken worden door het andere en zichzelf opofferen. Zo wordt ontsnapt aan het eigen ‘zijn’. Daarbij is het andere altijd in zichzelf aanwezig zoals bij zwangerschap.

9200000061263359

Loslaten en bevrijding koppelt Emmanuel Levinas aan het begrip ‘kenosis’. Het begrip houdt een loslaten in van het eigen zelf. Door die bevrijding wordt plaatsgemaakt voor iets anders. Zo ontstaat het vermogen om ons te kunnen verplaatsen in een ander. Processen die bij kenosis komen kijken zijn volgens Van Riessen te ervaren in de beeldende kunsten. Ze noemt het werk van Barnett Newman ‘ZimZum I’ als een voorbeeld ervan. Met een toeschouwer in het midden wordt met het kunstwerk een steeds uitdijende en inkrimpende wereld vertoond die terugslaat op de betekenisgeving van Levinas.

De belangeloosheid van goed zijn

Dat wat goed is bestaat dankzij het feit dat dit boven ons eigen zijn uitgaat. Terwijl het zijn om belang en doelgerichtheid draait is het goed-zijn juist belangeloos. Levinas neemt afstand van een denken dat alleen betekenis geeft aan wat zich voor een bewustzijn als betekenisvol laat kennen. Daarmee onderzoekt Levinas, volgens Van Riessen, een andere manier van betekenen die zich aan het bewustzijn onttrekt.

Werkelijke communicatie ziet af van zekerheid

De werkelijke communicatie zoals Emmanuel Levinas schetst heeft ermee te maken dat we ons dankzij transcendentie kunnen onttrekken uit de wereldse sfeer. Om werkelijk te kunnen communiceren is een onttrekking uit de wereld nodig. De onttrekking roept onzekerheid op. In werkelijke communicatie met de ander, als een naaste, wordt altijd van zekerheid afgezien. Dit impliceert dat er een risico is en blijft bestaan op misverstand en onbegrip.

Het belang van de verontrusting

Oorspronkelijk stelde Levinas dat de opbouw van onze identiteit te maken heeft met de genietende relatie die we onderhouden met de buitenwereld. Die relatie komt tot stand door contractie, een samentrekking, die wordt gevoed door de ervaring van genot. Omdat dit proces zich in ons voltrekt benoemt Levinas dit als interioriteit. Deze interioriteit ontstaat in de genietende passiviteit van de mens. Uit dit alles zou bestaanszekerheid als een soort eigen huis, identiteit, ontstaan. In zijn latere werk verlegt Levinas een antwoord op de vraag over de opbouw van onze identiteit naar de verontrusting die door de ander in het ik wordt veroorzaakt.

De beweegkunst van Emmanuel Levinas

Hoeveel er van een ander in ons te vinden is blijft ook in de filosofie een vraag, stelt Van Riessen. Soms kunnen we zo van onszelf schrikken dat we ons gaan ervaren als een ander. Als we vreemd voor onszelf kunnen zijn is de afstand tot ons eigen ik toch meteen overbrugd. Het verwerven van identiteit houdt ook een verlies in omdat ons oorspronkelijke zelf daarbij verloren raakt. Door verwerving van iets raken we immers altijd iets kwijt. Dit proces laat zien dat wij nooit geketend zijn aan onszelf. Zo vat Renée van Riessen de filosofie van Emmanuel Levinas op als die van een beweegkunstenaar.

Literatuur

Renée van Riessen, ‘Van zichzelf bevrijd’, Uitgeverij Sjibbolet, Amsterdam, 2019

Dankzegging

Tsjerk Holtrop – ontwerp