Coronacrisis eist nieuwe balans

Notities naar aanleiding van ‘Houd afstand, raak me aan’ uit 2020 van Paul Verhaeghe

Leestijd ruim 4 minuten

Contact en besmetting delen met het Latijnse begrip ‘contangere’ dezelfde oorsprong. Een gegeven bij leven is dat we uitwisselen en, als we het zo willen noemen, elkaar dus besmetten. Geuren, emoties, woorden en lichaamsvochten wisselen we onderling steeds uit. Als we dit niet zouden doen dan overleven we niet. Dit betekent dat we in deze coronatijd ons uitgenodigd moeten weten om een veilige manier te vinden om elkaar stevig te kunnen omhelzen. Vanuit die sterke betrokkenheid bij het maken van contact schrijft Verhaeghe zijn werk.

Door Leander Tijdhof

Terwijl ons leven gewoonlijk al ontstaat en bestaat uit een geheel van gelukte en mislukte aanrakingen zorgt de coronacrisis voor een abrupte bewustwording van het ik tot de ander. Die bewustwording is in de recente geschiedenis weliswaar niet nieuw maar het gegeven heeft een grotere impact gekregen. Terwijl het HIV-virus ons heeft verplicht een laagje rubber te plaatsen tussen onszelf en de ander doen we er in deze coronatijd een mondmasker bovenop en liefst met gummihandschoenen aan, stelt Verhaeghe. Als we deze ontwikkeling willen stoppen moet er iets gebeuren.

Een taboe wordt tot een burgerplicht

Dat er iets verandert is niet vanzelfsprekend. Bij de collectieve dreiging zoals van de pandemie wordt onderling samenzijn sterker ervaren. Maar het probleem in deze situatie is dat het samenzijn maar beperkt kan worden ervaren. De coronacrisis zorgt er dan ook voor dat bestaande problemen, zoals eenzaamheid, maatschappelijk uitvergroot raken. Nu zijn en blijven mensen echt alleen. Dit gegeven strookt niet met onze menselijkheid omdat we knuffeldieren zijn. Een taboe op het aanraken, dat er al ruim voor de coronacrisis was, is inmiddels verheven tot een burgerplicht waarin het houden van afstand klaarblijkelijk als ‘het nieuwe normaal’ geldt. In het aanrakingstaboe zijn de geestelijken van vroeger ingewisseld voor de politieagenten van nu, stelt Paul Verhaeghe scherp vast.

Eenzaamheid roept angsten op en omgekeerd. Het is angst die ervoor zorgt dat we proberen terug te vallen op de oude remedies om dezelfde angst maar niet te hoeven voelen. Met een paar aanpassingen op oud gedrag zal, zo is bij menigeen de verwachting, alles wel weer goed komen. Maar wanneer we angst inzetten door die te voelen en koppelen aan een juiste oorzaak kunnen we dingen voor onze toekomst veranderen, memoreert Verhaeghe. Het belangrijkste wat wij kunnen vrezen is dat we bezig blijven zoals we bezig waren. Zo bezig blijven houdt namelijk een ontkenning in van onze wetenschap dat de mensheid zich langzaam maar zeker elimineert.

Het pessimisme en de hoop

Tegenover pessimisme over de toekomst staat de hoop voor de toekomst. Daarbij valt op dat de pessimist het meest zeker is van zichzelf: het is erg en het wordt alleen maar erger. De angstige pessimist zorgt ervoor dat relaties minder gegrond raken in wederkerigheid en vertrouwen en meer gegrond raken in concurrentie en wantrouwen. Verhoudingen tussen mensen raken daardoor ondergeschikt aan een doel. Hoop is tegengesteld aan pessimisme omdat een verbetering wordt verwacht. Hoop is bovendien geëngageerd en leidt tot nieuwe streving. Een nieuw doel zou met de komende veranderingen weleens een ‘goed leven’ kunnen worden.

De keerzijde van helden in de frontlinie

De pandemie is een gevolg van de manier waarop wij de planeet bewonen terwijl we de oorzaak ervan steeds buiten onszelf blijven zoeken. Het coronavirus wordt daarbij afgeschilderd als een ‘onzichtbare vijand’ die door ‘helden’ kan worden gestopt in de ‘frontlinie’ van de zorg. In ons denken is natuur ondergeschikt aan ons en wordt zelfs als iets beschouwd van buiten ons. Dit denken slaat over dat we deel uitmaken van een veel groter systeem waarin kleine veranderingen effecten hebben op het geheel. Als we virussen reduceren tot vijanden die uitgeschakeld moeten worden maken we een steriele, dode omgeving. Daarbij kan de operatie weliswaar zijn geslaagd, maar de patiënt overlijdt.

Plek in de natuur is vergeten

In de oud-Griekse denkwijze leidt het vergeten van onze plaats in de natuur altijd tot ondergang. COVID-19 toont onze behoefte om ecologisch te denken als een onderdeel van een geheel met een eigen dynamiek. Hippocrates wist dat de beste geneeskunde samenwerkt met natuur. Vaccinatie is met natuur meewerkende geneeskunde, stelt Paul Verhaeghe. Reacties van het eigen lichaam worden door toediening van een vaccin opgewekt. Slechte geneeskunde is die geneeskunde waarin het lichaam wordt gezien als een oorlogsgebied waarin vijanden worden bevochten.

Om de coronacrisis aan te kunnen pakken zijn grote veranderingen nodig. Het zijn dezelfde oorzaken van de coronacrisis die ten grondslag liggen aan de verandering van het klimaat. De urgentie wordt overal gevoeld. Nooit hebben we het in onze geschiedenis zo goed gehad, zo tekent Verhaeghe aan, maar langzaam maar zeker is alles tot een individueel probleem bestempeld. Daardoor zijn we afgedreven van een balans om ten opzichte van elkaar en met elkaar een ‘goed leven’ te hebben. In het gebrek aan die balans schuilt een zeer grote bedreiging.

Naar een nieuwe balans voor een ‘goed leven’

Wie nu niet op zoek gaat naar het juiste midden tussen wantrouwen en goedgelovigheid, meewerken en ellebogenwerk, onderdanigheid en gezag betwisten en van verkwisting in relatie tot gierigheid bezorgt zich grote ellende. De wet van meer groei zoals al werd bedoeld in het begrip ‘pleonexia’ van Aristoteles werkt mee aan een samenleving vol gevaar. Daarom moeten er met opvoeding en onderwijs meer inspanningen worden verricht om tot een nieuwe balans te kunnen komen.

Literatuur

Paul Verhaeghe, ‘Houd afstand, raak me aan’, De Bezige Bij, Amsterdam, 2020

Dankzegging aan

Wim Laumans

Meer Paul Verheaghe

https://haptonomiehaptotherapie.com/2019/01/06/het-ziekmakende-protest-van-de-buik/