Notities naar aanleiding van ‘Sporen van transcendentie – De filosofie van Karl Jaspers’

  • Uitgangspunten

Filosofie is subjectief en heeft dus te maken met een zelf-zijn

Filosofie blijft levenloos in de abstractie en moet daarom concreet worden vormgegeven in het denken van het individu

Theorie en praktijk worden door een individu in overeenstemming gebracht door denken en innerlijk handelen op elkaar af te stemmen

Existentiële kwaliteit wordt bepaald door wat zich in wereldbeschouwingen concreet aan de mens voordoet

Existentiële waarheid is voor het ik slechts een toegeëigende waarheid

Mens-zijn en mens-worden zijn aan elkaar gelijk

Filosoferen start daar waar de ratio schipbreuk leidt omdat bij de grenzen van het weten het kennen ophoudt maar het denken niet

Existentie en verstand hebben een balans tot elkaar

De architectuur van de filosofie van Jaspers heeft drie pijlers die op elkaar aansluiten: filosofische wereldoriëntatie, existentieverheldering en metafysica

  • Wijsgerig geloof

Kan gelden als samenvattend begrip van de filosofie van Jaspers

Wordt ingegeven door een begrip van vrijheid met daaraan gekoppeld een aan de wereld toegewijde existentie

Gaat uit van de eigen oorsprong in de mens waarop ieder die filosofeert op een eigen manier bij de filosofie betrokken kan raken; dat wil zeggen dat het filosoferen een ‘innermost act’ is

Is als een soort avontuur van radicale openheid waarin die openheid verenigd wordt met een (misschien onrealiseerbare) alomvattendheid waarin transcendentie nooit absoluut is en denken nooit in zichzelf raakt opgesloten

Vraagt innerlijke moed door voortdurende betrokkenheid op de transcendentie in de wereld en waarbij van daaruit gehandeld wordt

Is een geloof omdat de levensinstelling het rationeel-verstandelijke weten overschrijdt

Is wijsgerig omdat naar vermogen wordt gezocht naar redelijke verantwoording van de levenshouding

Geldt als een denkweg tussen wetenschap en openbaringsgeloof

Jozef Waanders, ‘Sporen van transcendentie – De filosofie van Karl Jaspers’, Gompel&Svacina bvba Uitgevers, Oud-Turnhout, ‘s Hertogenbosch, 2018
  • Filosofische wereldoriëntatie

Houdt de zelfbetrokkenheid van de mens in om het eigen bestaan te kunnen inrichten waarover een oriëntatie op de wereld nodig is

Centraal begrip in deze oriëntatie is het omvattende (‘Das Umgreifende’)

Het omvattende noemt Jaspers ook ‘periechontologie’ of de leer van het omvattende waarmee een zijn wordt belicht waarop het zijn als ware het een horizon van onze ervaring vorm krijgt

  • Existentieverheldering

Volgt uit de filosofische wereldoriëntatie

Waarin een mens naar zichzelf op zoek gaat

Houdt in de sfeer van de ervaring de verheldering in van ons bestaan waarbij de vraag naar wie ik ben opnieuw gesteld wordt

Daaruit volgt dat vrijheid nooit ‘is’ maar alleen ontstaat uit kiezend handelen waarbij het steeds opnieuw moet worden verworven

  • Metafysica

Volgt uit de filosofische wereldoriëntatie en existentieverheldering

Is te zien als een soort geloofsruimte waarin een bewust wordende existentie plaatsheeft

Vereist transcendentie waarbij het transcendente opgevat wordt als een zoekende gerichtheid op transcendentie waarbij het ik, innerlijk handelend, zichzelf kan worden

Een transcendentie kan schipbreuk lijden om plaats maken voor een nieuwe metafysica

Waarbij, uiteindelijk, een schipbreuk zelf tot een nieuwe transcendentie kan worden

Betrokkenheid op de transcendentie kan nooit eigengemaakt worden tot een definitief bezit waardoor signalen zoals wegwijzers en geheimtekens bestaan die Jaspers benoemt als ‘chiffren’

Chiffren vormen een taal van transcendentie maar zijn nooit de transcendentie zelf

Een chiffre is een mogelijke uitdrukking die in de dingen ligt en een soort geheimschrift is dat alleen leesbaar is voor de existentie (zo kan een sterrenhemel tot denken over het leven aanzetten)

Metafysica ontstaat als een doorbraak van onbereikbaarheid van het zijn dat alleen mogelijk is aan de grenzen waar een mens beperktheid ervaart

Bijdrage:

Leander Tijdhof